Spring naar inhoud

Jaarrekening

1. Geconsolideerde balans per 31 december 2020

(Bedragen x € 1.000, voor resultaatbestemming)

  ACTIVA 31-12-2020  31-12-2019
 Ref. VASTE ACTIVA    
M1102 Vastgoedbeleggingen    
M11028 DAEB vastgoed in exploitatie 740.968 712.868
M11020 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 399.721 385.230
M11024 Onroerende zaken – Kopen naar Wens 63.032 64.511
M11021 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 15.935 557
    1.219.656 1.163.166
M1102 Materiële vaste activa    
M11022 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 9.494 9.599
    9.494 9.599
M1103 Financiële vaste activa    
M11033 Andere deelnemingen 2 2
M11035 Latente belastingvordering(en) 5.440 4.285
M11036 Leningen u/g - 3.418
M11039 Overige vorderingen 29.933 25.242
    35.375 32.947
       
    1.264.525 1.205.712
       
  VLOTTENDE ACTIVA    
       
M1112 Vorderingen    
M11120 Huurdebiteuren 355 379
M11126 Overige vorderingen 464 960
M11127 Overlopende activa 136 155
    955 1.494
       
M1114 Liquide middelen 12.568 31.924
       
    13.523 33.418
       
       
  TOTAAL 1.278.048 1.239.130

(Bedragen x € 1.000, voor resultaatbestemming)

  PASSIVA 31-12-2020  31-12-2019
Ref. VERMOGEN LANG    
M1105 Eigen vermogen    
M11053 Herwaarderingsreserve 618.587 602.466
M11053 Overige reserve 315.550 249.867
M11054 Resultaat boekjaar 44.490 81.804
    978.627 934.137
       
M1107 Voorzieningen    
M11073 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen - 1.454
M11074 Overige voorzieningen 285 349
    285 1.803
       
M1108 Langlopende schulden    
M11081 Schulden/leningen kredietinstellingen 225.290 217.713
M11084 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken - Kopen naar Wens 37.207 38.612
M11083 Overige schulden 18.085 14.972
    280.582 271.297
       
    1.259.494 1.207.237
       
  VERMOGEN KORT    
M1116 Kortlopende schulden    
M11160 Schulden aan kredietinstellingen 9.503 22.965
M11162 Schulden aan leveranciers 2.323 2.426
M11164 Belastingen en premies sociale verzekeringen 2.181 1.422
M11167 Overige schulden 645 645
M11168 Overlopende passiva 3.902 4.435
    18.554 31.893
       
  TOTAAL 1.278.048 1.239.130

2. Geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2020

  2020 2019
EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Huuropbrengsten 49.112 47.948
Opbrengsten servicecontracten 1.735 1.700
Lasten servicecontracten -1.735 -1.700
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -4.357 -4.221
Lasten onderhoudsactiviteiten -14.236 -15.224
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -6.445 -5.916
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 24.074 22.587
     
VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 12.201 16.632
Toegerekende organisatiekosten -1.212 -1.179
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -8.619 -12.336
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 2.370 3.117
     
NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 3.143 -7.094
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 24.952 68.688
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarde 3.337 9.261
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop - -72
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 31.432 70.783
     
OVERIGE ACTIVITEITEN    
Opbrengst overige activiteiten 106 105
Kosten overige activiteiten -100 -100
Netto resultaat overige activiteiten 6 5
     
Overige organisatiekosten -1.792 -1.649
Leefbaarheid -608 -537
FINANCIELE BATEN EN LASTEN    
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 736 487
Rentelasten en soortgelijke kosten -10.445 -12.454
Saldo financiële baten en lasten -9.709 -11.967
     
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN 45.773 82.339
Belastingen -1.283 -535
Resultaat deelnemingen - -
RESULTAAT NA BELASTINGEN (TOTAALRESULTAAT) 44.490 81.804

3. Geconsolideerd kasstroomoverzicht 2020

  2020 2019
KASTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN    
Ontvangsten    
Huren 49.209 48.487
Vergoedingen 2.060 2.096
Overheidsontvangsten - -
Renteontvangsten 120 190
Overige bedrijfsontvangsten 415 322
  51.804 51.095
Uitgaven    
Erfpacht -2 -2
Personeelsuitgaven -5.849 -5.788
Onderhoudsuitgaven -11.318 -11.836
Overige bedrijfsuitgaven -9.946 -9.835
Renteuitgaven -7.610 -8.459
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -49 -63
Verhuurderheffing -4.473 -4.133
Leefbaarheid (externe uitgaven niet investerings­gebonden) -213 -214
Vennootschapsbelasting -2.519 -
  -41.979 -40.328
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 9.825 10.765
     
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN    
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom    
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 8.550 14.926
Verkoopontvangsten na inkoop (verkocht onder voorwaarden) - -
Verkoopontvangsten nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden - 3.042
Verkoopontvangsten grond en overig - -
  8.550 17.968
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom    
Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden -18.812 -4.673
Nieuwbouw koop, woon- en niet woongelegenheden 229 -1.055
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -11.161 -4.938
Aankoop woongelegenheden (inclusief VOV) -5.502 -2.758
Investeringen overig -253 -161
  -35.499 -13.585
Financiële vaste activa - in en -uitgaande kasstroom    
- Ontvangsten verbindingen en overig 3.408 118
- Uitgaven verbindingen en overig - -71
  3.408 47
     
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN -23.541 4.430
     
FINANCIERINGSACTIVITEITEN    
Opgenomen door WSW geborgde leningen 20.000 25.000
Opgenomen niet door WSW geborgde leningen - -
Aflossing door WSW geborgde leningen -22.087 -48.176
Aflossing niet door WSW geborgde leningen -3.553 -770
     
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN -5.640 -23.946
     
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN -19.356 -8.750
WIJZIGING KORTGELDMUTATIES (Collateral (margin call verplichting)) - 6.100
     
Liquide middelen begin periode 31.924 34.574
Liquide middelen eind periode 12.568 31.924
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN -19.356 -2.650

4. Algemene toelichting

4.1 Toegelaten instelling

Stichting Dudok Wonen (KvK-nummer 32023773), statutair gevestigd te Hilversum, Larenseweg 32, is een stichting met de status van toegelaten instelling conform artikel 19 eerste lid van de Woningwet. Zij is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV).

4.2 Toegepaste standaarden

Conform de in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 geformuleerde eisen voor toegelaten instellingen is de jaarrekening opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek behoudens enige uitzonderingen van specifieke aard, alsmede in overeenstemming met de beleidsregels Wet normering bezoldiging topfunctionarissen. In de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving is Richtlijn 645 Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting opgenomen die nadere interpretatie geeft aan de in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen voorschriften. In deze richtlijn zijn onder meer specifieke modellen voor de balans en winst-en-verliesrekening opgenomen. Richtlijn 645 geeft uitsluitend regels voor sectorspecifieke aangelegenheden. Voor de overige aangelegenheden zijn de algemeen geldende richtlijnen van toepassing.

4.3. Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Dudok Wonen wordt in haar bedrijfsvoering geconfronteerd met diverse regeringsmaatregelen, waar het beleid op is en wordt aangepast. 

De crisis veroorzaakt door het Coronavirus (COVID-19) zal naar de toekomst toe ook impact hebben voor 2021. Bijvoorbeeld ten aanzien van ons investeringsprogramma waarbij we ook sterk afhankelijk zijn van anderen zoals bouwers, gemeenten en in het geval van renovatie ook onze huurders. Op het moment van schrijven is nog onduidelijk wat de impact precies zal zijn. De huidige inschatting is dat dit voor 2021 niet zal leiden tot onoverkomelijke financiële problemen.

Dudok Wonen blijft voldoen aan kengetallen zoals die door sectorinstituten en relevante externe partijen gehanteerd worden en relevant zijn voor het behouden van toegang tot de kapitaalmarkt. Dit doet zij doordat een meerjarenbeleid is vastgesteld met extra aandacht voor onderhoud, waaronder veiligheidsaspecten van het vastgoed en verduurzaming op korte- en lange termijn. Een kritische Prestatie Indicator is: Alle woningen zijn en blijven veilig, schoon en heel, op ieder moment in de Levenscyclus’. Hierdoor zal ook op de lange termijn de waarde van het vastgoed behouden blijven.

Conclusie:
Bovenstaande betekent dat het de verwachting van het bestuur is dat Dudok Wonen zal kunnen blijven voldoen aan de in de sector gebruikelijke (financiële) kengetallen. Op grond hiervan is de jaarrekening opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

4.4. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling

De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten of op actuele waarde. Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Dudok Wonen zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. 

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

In de jaarrekening worden naast juridische verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verantwoord, die kunnen worden gekwantificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvorming- en communicatieproces rondom projectontwikkeling en renovatie.

Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer op de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer op de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengst wordt verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de transactie zijn overgedragen aan de koper.

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s (bedragen x € 1.000). Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal, tenzij anders vermeld.

4.4.1 Gebruik van schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:

  • Vastgoedbeleggingen, marktwaarde in verhuurde staat: DAEB vastgoed in exploitatie en het niet-DAEB vastgoed in exploitatie worden gewaardeerd tegen marktwaarde in verhuurde staat met inachtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop de toegelaten instelling actief is. De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van Dudok Wonen die rusten op het vastgoed. De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is. Dudok Wonen hanteert het waardebegrip van de marktwaarde in verhuurde staat: Het bedrag dat het waarderingscomplex bij complexgewijze verkoop naar schatting zal opbrengen nadat de verkoper het complex na de beste voorbereiding op de gebruikelijke wijze in de markt heeft aangeboden en waarbij de koper de onroerende zaak aanvaardt onder gestanddoening van de lopende huurovereenkomsten met alle daaraan verbonden rechten en plichten. In de waardering is een groot aantal schattingselementen opgenomen. Voor de woningen en parkeerplaatsen zijn de aannames en uitgangspunten van de basiswaardering in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2020 gehanteerd. Voor de gehanteerde aannames en uitgangspunten (inclusief de disconteringsvoet) bij de waardering van het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed is door een externe taxateur een taxatierapport met betrekking tot de marktconformiteit afgegeven.
  • Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie: bepaling van het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw, woningverbetering en renovatie ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening voor onrendabele investeringen. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Dudok Wonen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbetering of renovatieprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van Dudok Wonen. De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kan afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers.
  • Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie). Dit betreft met name de uitgangspunten en veronderstellingen met betrekking tot de voor de waardering van de belastingpositie gehanteerde prognose van toekomstige verwachte fiscale resultaten.

4.5. Grondslagen voor consolidatie

De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van Dudok Wonen en haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat. Groepsmaatschappijen zijn deelnemingen waarin Dudok Wonen een meerderheidsbelang heeft, of waarin op een andere wijze een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Bij de bepaling of beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend, worden financiële instrumenten die potentiële stemrechten bevatten en direct kunnen worden uitgeoefend, betrokken. 

Nieuw verworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed.

In de geconsolideerde jaarrekening zijn de onderlinge schulden, vorderingen en transacties geëlimineerd, evenals de binnen de groep gemaakte winsten en verliezen.

De groepsmaatschappijen zijn integraal geconsolideerd. 

In de consolidatie worden deelnemingen tegen nettovermogenswaarde opgenomen voor zover eenzelfde invloed op het beleid kan worden uitgeoefend als door elk der overige participanten (joint venture accounting).

De in de consolidatie begrepen rechtspersonen en vennootschappen zijn:

Geconsolideerde entiteiten

Volledig geconsolideerd Statutaire zetel (Indirect) kapitaalbelang Liquidatiedatum
Goois Wonen B.V. Hilversum 100% (D)  
Dudok Ontwikkeling B.V. Hilversum 100% (D)  

De geconsolideerde entiteiten hebben de volgende activiteiten:

  • Goois Wonen B.V.: het beleggen van vermogen en beheer en verhuur van onroerend goed.
  • Dudok Ontwikkeling B.V.: het realiseren van (huur)woningen. 

Voorts heeft Goois Wonen B.V. (als rechtsopvolger van Dudok Wonen B.V.) naast bovengenoemde belangen een verbinding met Stichting Woonzorg Theodotion-Dudok. Deze verbinding komt niet in aanmerking voor consolidatie daar er geen sprake is van een economische eenheid, tot eind 2020 was er een duurzame financiële band door middel van een lening van € 3,4 miljoen. Het tehuis is gespecialiseerd in zorg voor bewoners en heeft een verbinding met het verzorgingshuis naast het complex. De intentie bestaat de Stichting in 2021 te liquideren.

De Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) waarin Dudok Wonen participeert zijn niet geconsolideerd. Voor de VvE’s waarin Dudok Wonen met 50% of meer participeert wordt er een beroep gedaan op artikel 407 lid 1a ‘gezamenlijke betekenis te verwaarlozen is op het geheel’. Consolidatie van de belangen in de VvE’s heeft overigens geen gevolgen voor het eigen vermogen van Dudok Wonen.

Dudok Wonen of haar groepsmaatschappijen participeren in 96 actieve VvE’s (95 actieve VvE’s in 2019). Deze participaties vloeien voort uit het gevoerde beleid om woningen uit de bestaande voorraad te verkopen.

4.6. Presentatiewijzigingen

Er hebben in 2020 geen presentatiewijzigingen plaatsgevonden.

4.7. Stelselwijziging

Met ingang van 1 januari 2020 heeft als gevolg van een wijziging van wet- en regelgeving een stelselwijziging plaatsgevonden. Op basis van RJ645.202 wordt de verwerking van uitgaven in vastgoed in exploitatie na eerste verwerking op basis van artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 voorgeschreven. Daardoor worden onderhoudsuitgaven in het resultaat verwerkt. Uitgaven welke als verbetering gekwalificeerd worden dienen als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed te worden verwerkt. Conform RJ645.504 is het effect van de stelselwijziging prospectief verwerkt in de jaarrekening 2020. De vergelijkende cijfers zijn daarom niet aangepast.

4.8. Financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te bepalen posten.

Financiële instrumenten omvatten tevens in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten (derivaten). Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde.
In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract.
Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

4.8.1 Verstrekte leningen en overige vorderingen

Verstrekte leningen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderings-verliezen.

4.8.2 Dividenden

Dividenden worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord op het moment dat deze betaalbaar zijn gesteld.

4.8.3 Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde en na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.
 

4.8.4 Afgeleide financiële instrumenten 

Afgeleide instrumenten worden gewaardeerd op kostprijs of lagere marktwaarde, tenzij hedge accounting onder het kostprijs hedge model wordt toegepast.

Indien afgeleide instrumenten niet langer voldoen aan de voorwaarden voor ‘hedge accounting’, aflopen of worden verkocht of wanneer de onderneming niet langer kiest voor hedge accounting wordt hedge accounting beëindigd.

Indien kostprijs hedge accounting wordt toegepast vindt eerste waardering plaats tegen reële waarde. Zolang het afgeleide instrument betrekking heeft op afdekking van het specifieke risico van de toekomstige transactie die naar verwachting zal plaatsvinden, vindt geen herwaardering van dit instrument plaats. Zodra de verwachte toekomstige transactie leidt tot verantwoording in de winst-en-verliesrekening, wordt de met het afgeleide instrument samenhangende winst of het met het afgeleide instrument samenhangende verlies eveneens in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Indien afgeleide instrumenten aflopen of worden verkocht, worden de afdekkingsrelaties beëindigd. De cumulatieve winst die of het cumulatieve verlies dat tot dat moment nog niet in de winst-en-verliesrekening was verwerkt, wordt als overlopende post in de balans opgenomen totdat de afgedekte transacties plaatsvinden. Indien de transacties naar verwachting niet meer plaatsvinden, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies overgeboekt naar de winst-en-verliesrekening.

Dudok Wonen documenteert de hedge relaties in specifieke hedge documentatie en toetst periodiek de effectiviteit van de hedge relaties door vast te stellen dat er sprake is van een effectieve hedge respectievelijk dat er geen sprake is van overhedges.

Op elke balansdatum bepaalt Dudok Wonen de mate van ineffectiviteit van de combinatie van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie (de hedge relatie). De mate van ineffectiviteit van de hedge relatie wordt vastgesteld door het vergelijken van de kritische kenmerken van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie in de hedge relatie. Dudok Wonen hanteert voor deze vergelijking de volgende kritische kenmerken, omvang, looptijd, afgedekt risico en de wijze van afrekening van het afdekkingsinstrument en afgedekte positie. Indien de kritische kenmerken, beoordeeld in de context van de hedge relatie, aan elkaar gelijk zijn (geweest), is geen sprake (geweest) van ineffectiviteit.

Indien de kritische kenmerken niet aan elkaar gelijk zijn (geweest), is sprake (geweest) van ineffectiviteit. In dat geval vindt de effectiviteitstest plaats door vergelijking van de cumulatieve verandering in reële waarde van een op afsluitdatum gedefinieerd hypothetisch afgeleid instrument, met een reële waarde van nihil op afsluitdatum (als proxy van de afgedekte positie), met de cumulatieve waardeverandering van het werkelijke afgeleide instrument. Indien de laatste een hogere negatieve waarde heeft dan het hypothetisch afgeleide instrument, wordt het verschil als ineffectiviteit in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

4.8.5 Derivaten aangehouden voor hedging doeleinden

De rentevoet van lopende en in de toekomst te verwachten zeer waarschijnlijke financieringen is variabel van aard en gebaseerd op 3-maands Euribor. In de analyse van de financiële risico’s heeft de Groep het risico van renteschommelingen onderkend en geconcludeerd dit risico niet zelf te willen dragen doch af te dekken door middel van derivaten.

Voor deze derivaten past Dudok Wonen kostprijshedge accounting toe op basis van generieke documentatie met vastlegging van:

  • de algemene hedgestrategie, hoe de hedgerelaties passen in de doelstellingen van risicobeheer en de verwachting aangaande de effectiviteit van deze hedgerelaties;
  • de in het soort hedgerelatie betrokken hedge-instrumenten en afgedekte posities.

Op het moment van de eerste verantwoording worden deze derivaten gerubriceerd als “Derivaten met toepassing van kostprijshedge-accounting”.

De waardering en resultaatbepaling is als volgt:

  • Op moment van eerste waardering wordt de reële waarde van het derivaat bepaald; over het algemeen is de uitkomst daarvan een nihil-waarde en wordt geen actief- of passiefpost op de balans opgenomen.
  • De vervolgwaardering geschiedt tegen kostprijs of lagere marktwaarde waarbij een lagere waarde in geval van een effectieve hedge relatie voor de waardering en resultaatbepaling niet in aanmerking wordt genomen.
  • Op moment van eerste waardering alsmede tussentijds bij aanpassing van de contractuele afspraken met betrekking tot het derivaat en/of het afgedekte renterisico van de betreffende lening wordt bepaald of sprake is van ineffectiviteit. Daartoe wordt beoordeeld of het referentiebedrag van het derivaat niet groter is dan de omvang van de lening alsmede dat de kritische kenmerken zoals omvang, looptijd, renteherzieningsdata, momenten van betaling van rente en aflossing, basis voor de rentevoet en dergelijke van het derivaat en het afgedekte renterisico aan elkaar gelijk zijn.

Indien de kritische kenmerken niet aan elkaar gelijk zijn of zijn geweest, is dit een indicatie dat de hedge relatie een ineffectief deel bevat dat door middel van de dollar offset methode wordt berekend.
Indien en voor zover de ineffectiviteit per balansdatum op cumulatieve basis in een verlies resulteert, wordt de ineffectiviteit verwerkt in de winst-en-verliesrekening van het betreffende boekjaar. Blijkt op een later moment dat het cumulatieve verlies wegens ineffectiviteit is afgenomen dan wordt deze afname ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Kostprijshedge-accounting wordt beëindigd indien:

  • Het hedge-instrument afloopt, wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend. Het cumulatieve gerealiseerde resultaat op het hedge-instrument dat nog niet in de winst-en-verliesrekening is verwerkt toen er sprake was van een effectieve hedge, wordt afzonderlijk in de overlopende posten in de balans verwerkt tot de afgedekte transactie plaatsvindt.
  • De hedge-relatie niet meer voldoet aan de criteria voor hedge accounting. Indien de afgedekte positie een in de toekomst verwachte transactie betreft, vindt de verwerking van de hedgeresultaten als volgt plaats:
    • Indien de verwachte transactie naar verwachting nog plaatsvindt, wordt hedge accounting vanaf dat moment stopgezet. Het hiermee samenhangende cumulatieve resultaat op het hedge-instrument dat in de periode waarin de hedge effectief was buiten de winst-en-verliesrekening of off-balance was gehouden, blijft afhankelijk van de situatie off balance of op de balans.

4.8.6 Bijzondere waardeverminderingen financiële activa

Ook voor financiële vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt Dudok Wonen op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt Dudok Wonen de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de winst-en-verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.

Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

5. Verdere uitwerking grondslagen voor waardering activa en passiva

5.1. Classificatie vastgoed naar typologie

De onroerende zaken in exploitatie worden op objectniveau geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB vastgoed op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel, aangepast voor transacties nadien tussen de DAEB respectievelijk de niet-DAEB tak.

5.2. Vastgoedbeleggingen

5.2.1 DAEB vastgoed in exploitatie & Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie worden gewaardeerd tegen actuele waarde. De actuele waarde betreft voor dit doel de marktwaarde in verhuurde staat.

Marktwaarde in verhuurde staat:
De marktwaarde in verhuurde staat is gebaseerd op beschikbare marktgegevens met inachtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop Dudok Wonen actief is. De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van Dudok Wonen die rusten op het vastgoed. De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop zij actief is.

Onder paragraaf 9.1 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie en DAEB vastgoed in exploitatie zijn de gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten nader toegelicht.

Kasstroomgenererende eenheid:
Het interne beleid en de bedrijfsvoering van Dudok Wonen is gericht op sturing van de waarde van het vastgoed in exploitatie op basis van waarderingscomplexen. 

Eerste waardering:
Bij de eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten en verminderd met eventuele investeringssubsidies. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten en de direct hieraan toerekenbare kosten. De in de toekomst te maken kosten voor sloop worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd.

Uitgaven na eerste verwerking:
Uitgaven na eerste verwerking die voldoen aan de algemene activeringscriteria worden geactiveerd tegen kostprijs en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of -vermeerdering en in het resultaat verantwoord als ‘Overige waardeveranderingen vastgoedbeleggingen’. Onderhoudsuitgaven en uitgaven voor renovatiewerkzaamheden worden slechts geactiveerd indien er sprake is van een waardeverhoging van het actief. De overige onderhoudslasten worden rechtstreeks ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Waardering na eerste verwerking 
Na eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen actuele waarde, overeenkomstig artikel 35 lid 2 van de Woningwet. Onder actuele waarde wordt in dit verband verstaan de marktwaarde overeenkomstig het marktwaardebegrip “onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat”. Voortvloeiend uit artikel 14 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) is deze marktwaarde bepaald conform het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde – Actualisatie peildatum 31 december 2020”, derhalve de marktwaarde in verhuurde staat. Dudok Wonen past hiervoor ultimo 2020 de basiswaardering toe voor de woningen en parkeerplaatsen en de “full-variant” voor het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed. De marktwaarde in verhuurde staat is benaderd door de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen te bepalen (discounted cash flow methode). Bij de basisvariant waardering is geen taxateur betrokken. Als gevolg hiervan bestaat het risico dat de modelmatig bepaalde actuele waarde van het vastgoed afwijkt van de actuele waarde die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen. Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of – vermeerdering als gevolg van de waardering tegen actuele waarde bepaald op complexniveau. De waardevermindering of - vermeerdering wordt in het resultaat verantwoord als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’. 

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een landelijke validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Complexindeling
Om de marktwaardewaardering van het vastgoed in exploitatie te bepalen, zijn alle verhuureenheden opgedeeld in waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel in verhuurde staat aan een derde partij kan worden verkocht. Alle verhuureenheden maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex.

Doorexploiteer- en uitpondscenario
De geschatte toekomstige kasstromen worden bepaald op basis van de discounted cash flow (‘DCF’) methode. Voor woon- en parkeergelegenheden vindt de bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen plaats aan de hand van enerzijds het doorexploiteer scenario en anderzijds het uitpondscenario, mede op basis van artikel 31 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV). De marktwaarde in verhuurde staat is op waarderingscomplex niveau bepaald op basis van de hoogste waardering van het doorexploiteer- of uitpondscenario, beide berekend op basis van de contante waarde van inkomende en uitgaande kasstromen.

Het doorexploiteerscenario veronderstelt dat verhuureenheden worden doorverhuurd, waarbij elk jaar bij een deel van de verhuureenheden de huurder verhuist. Bij de leegkomende verhuureenheden wordt verondersteld dat die eenheid opnieuw wordt verhuurd, waarbij de huur na mutatie wordt aangepast naar de potentiële huur op basis van de markthuur of de maximale huur op basis van het woningwaarderingstelsel. Aan het einde van een 15-jarige DCF-periode wordt een eindwaarde opgenomen. De kasstromen in de 15-jarige DCF-periode en deze eindwaarde worden vervolgens contant gemaakt naar balansdatum en opgeteld. De eindwaarde wordt bepaald op basis van de veronderstelling van doorexploiteren met een voortdurende looptijd, waarbij de afzonderlijke kasstromen zich ontwikkelen met de eigen groeivoet. 
Voor bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed alsmede voor studentencomplexen, parkeergelegenheden en intramuraal zorgvastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing. 

Het uitpondscenario veronderstelt dat verhuureenheden bij mutatie leeg worden verkocht. In tegenstelling tot het doorexploiteerscenario wordt de huur voor deze verhuureenheden niet aangepast, maar wordt daarvoor in de plaats de verwachte verkoopkasstroom opgenomen. Aan het einde van een 15-jarige DCF-periode wordt een eindwaarde van de nog niet verkochte verhuureenheden opgenomen. De kasstromen in de 15-jarige DCF-periode en deze eindwaarde worden vervolgens contant gemaakt naar balansdatum en opgeteld. De eindwaarde wordt bepaald op het verder uitponden van de aan het eind van het 15e jaar nog niet verkochte woongelegenheden, waarbij de mutatiekans met 50% wordt gehalveerd ten opzichte van de mutatiekans in het doorexploiteerscenario en wordt gerekend met een verouderingstoeslag van 100% voor het
instandhoudingsonderhoud.

Herwaardering
Jaarlijks wordt op balansdatum de actuele waarde van het vastgoed in exploitatie opnieuw bepaald. (Ongerealiseerde) winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de actuele waarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Wanneer op complexniveau de actuele waarde de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (kostprijs) overtreft, wordt een herwaarderingsreserve gevormd die wordt toegelicht bij het eigen vermogen. De boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs betreft de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs (derhalve niet verminderd met cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen).

5.2.2 Toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen aan de DAEB-tak en de niet-DAEB-tak

Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed. Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB-tak of niet-DAEB-tak is de volgende methodiek toegepast:

  • Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB- of niet-DAEB-activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend;
  • Wanneer deze toezien op zowel DAEB- als niet-DAEB activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel DAEB-verhuureenheden ten opzichte van het aandeel niet-DAEB-verhuureenheden.
  • Vorderingen, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen uit hoofde van vennootschapsbelasting worden toegerekend aan de DAEB- of niet-DAEB-tak op basis van op basis van de relatieve verdeling qua aantal verhuureenheden.

5.2.3 Beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Dudok Wonen en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt.
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening. Voor zover afwijkend van de voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 15.

Dudok Wonen heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde. 

5.2.4 Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “oude” contracten (eigendomsparticipaties)

De onroerende zaken inzake Kopen naar Wens betreffen eigendomsparticipaties, die omvatten het bloot eigendom van de grond en van de opstal van het verkoopproduct “Kopen naar Wens”. Hierbij stelt Dudok Wonen de Koper in staat om op termijn, tegen geïndexeerde uitgestelde betaling, een Woning in (vol) eigendom te verwerven. De koper verwerft daarom in eerste instantie het recht van erfpacht op de grond en het recht van erfpacht op de opstal. De “oude” contracten betreffen de contracten welke voor 2013 zijn afgesloten. 

De eigendomsparticipaties worden jaarlijks op basis van nominale waarde (uitgestelde betaling) geïndexeerd met de prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De waardering voor de jaarrekening vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een Discounted Cash Flow-methode (DCF). De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.
De ontvangen koopsommen zijn tevens als ‘vooruitontvangen Koopsom Kopen naar Wens’ onder verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens bij de langlopende schulden opgenomen.

Waardemutatie:
De waardemutaties in onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “oude” contracten worden in de winst-en-verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verantwoord.

5.2.5 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreffen ingrijpende investeringen in bestaande complexen en investeringen in nieuwe verhuureenheden. Waardering vindt plaats tegen bestede kosten en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering onder aftrek van de per project geschatte noodzakelijk geachte voorziening voor niet-gedekte kosten en risico’s op basis van de marktwaarde in verhuurde staat. Het zogeheten onrendabele deel wordt ten laste van de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de post ‘overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

Voorts wordt rente tijdens de bouw toegerekend aan kwalificerende activa. De geactiveerde rente wordt berekend tegen de gewogen gemiddelde rentevoet van de aangetrokken leningen.

De noodzakelijk geachte voorziening wordt bepaald op het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Dudok Wonen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbetering of herstructureringsprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het uitvoeringsbesluit in het besluitvormingsproces van Dudok Wonen.

Indien op projectniveau de opgenomen voorziening de geactiveerde kosten overschrijdt, wordt het project per saldo opgenomen onder de post voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen aan de creditzijde van de balans.

In het geval de geschatte marktwaarde in verhuurde staat van het project op een hoger niveau ligt dan de geschatte totale projectkosten vindt de toerekening van deze waardemutatie plaats naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het project (‘percentage of completion’-methode) per balansdatum op basis van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Deze waardemutaties worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van de winst-en-verliesrekening in de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’ verantwoord.

5.3 Materiële vaste activa

5.3.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen.

De afschrijvingen op kantoorgebouwen, inventaris, automatisering en vervoermiddelen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur rekening houdend met de restwaarde bij einde gebruik. Op bedrijfsterreinen wordt niet afgeschreven.
De volgende economische levensduur in jaren wordt gehanteerd:

  • Kantoorgebouwen: 40
  • Inventaris: 8
  • Automatisering: 5
  • Vervoermiddelen: 5

Onderhoudsuitgaven bij kantoorgebouwen worden geactiveerd indien zij de gebruiksduur van het object verlengen. Indien er geen sprake is van verlenging van de gebruiksduur worden de onderhoudsuitgaven ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Bijzondere waardeverminderingen
Vaste activa met een lange levensduur worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen wanneer wijzigingen of omstandigheden zich voordoen die doen vermoeden dat de boekwaarde van een actief niet terugverdiend zal worden. De terugverdienmogelijkheid van activa die in gebruik zijn, wordt bepaald door de boekwaarde van een actief te vergelijken met de geschatte contante waarde van de toekomstige netto kasstromen die het actief naar verwachting zal genereren.

Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte contante waarde van de toekomstige kasstromen, worden bijzondere waardeverminderingen verantwoord voor het verschil tussen boekwaarde en de realiseerbare waarde.

5.4 Financiële vaste activa

5.4.1 Deelnemingen

Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde.

Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van Dudok Wonen gehanteerd. Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd.
Wanneer Dudok Wonen garant staat voor de schulden van de betreffende deelneming wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt primair ten laste van de vorderingen op deze deelneming gevormd en voor het overige onder de voorzieningen ter grootte van het aandeel in de door de deelneming geleden verliezen, dan wel voor de verwachte betalingen door Dudok Wonen ten behoeve van deze deelneming.

Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of duurzaam lagere waarde.

De leningen aan niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De grondslagen voor overige financiële vaste activa zijn opgenomen onder het hoofd Financiële instrumenten.
Dividenden worden verantwoord in de periode waarin zij betaalbaar worden gesteld. Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Eventuele winsten of verliezen worden verantwoord onder financiële baten en lasten.

5.4.2 Latente belastingvordering(en)

Zie toelichting bij ‘5.9.2 Latente belastingvorderingen en- verplichtingen’.

5.4.3 Overige vorderingen

Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “nieuwe” 102% contracten (eigendomsparticipaties)
Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens hebben betrekking op de koopproducten Kopen naar Wens. 

Onder de onroerende zaken inzake Kopen naar Wens opgenomen eigendomsparticipaties omvatten het bloot eigendom van de grond en van de opstal van het verkoopproduct Kopen naar Wens, waarbij Dudok Wonen de Koper in staat stelt op termijn tegen geïndexeerde uitgestelde betaling een Woning in (vol) eigendom te verwerven. De koper verwerft daarom in eerste instantie het recht van erfpacht op de grond en het recht van erfpacht op de opstal.

De eigendomsparticipaties worden jaarlijks op basis van nominale waarde (uitgestelde betaling) geïndexeerd met de prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De waardering vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een Discounted Cash Flow-methode (DCF). De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.

5.5. Vorderingen en effecten

De grondslagen voor de waardering van vorderingen en effecten zijn beschreven bij paragraaf 4.9 Financiële instrumenten.

5.6. Eigen Vermogen

Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als eigenvermogensinstrumenten, worden gepresenteerd onder het eigen vermogen.

Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als een financiële verplichting, worden gepresenteerd onder schulden. Rente, dividenden, baten en lasten met betrekking tot deze financiële instrumenten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord als kosten of opbrengsten.

Waardevermeerderingen van activa die worden gewaardeerd tegen actuele waarde worden opgenomen in het eigen vermogen als ongerealiseerde waardeveranderingen. De ongerealiseerde waardeverandering wordt gevormd per individueel actief en is niet hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op basis van historische kostprijs en de actuele waarde. Als een actief wordt vervreemd, valt een eventueel aanwezige ongerealiseerde waardeverandering met betrekking tot dat actief vrij ten gunste van de overige reserves. Bij de bepaling van de ongerealiseerde waardeverandering is een bedrag voor latente belastingverplichtingen in mindering gebracht, berekend tegen het actuele belastingtarief.

5.7 Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte betrouwbaar kan worden geschat. 
Voorzieningen worden, voor zover niet anders vermeld, tegen nominale waarde opgenomen.

5.7.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Voor de toelichting van de waarderingsgrondslag voor het bepalen van de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen wordt verwezen naar paragraaf 5.2.5 ‘vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie’.
De voorziening voor onrendabele investeringen is gewaardeerd tegen nominale waarde.

5.7.2 Latente belastingvorderingen en -verplichtingen

Een voorziening voor latente belastingvorderingen en –verplichtingen wordt getroffen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van de activa en verplichtingen en hun belastinggrondslag. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit in hoeverre er sprake is van (voorwaartse) verrekenbare verliescompensatie. De berekening van de latente belastingvorderingen en –verplichtingen geschiedt tegen de op het einde van het boekjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgelegd.

Latente belastingvorderingen en –verplichtingen binnen dezelfde fiscale eenheid worden alleen gesaldeerd indien daartoe een afdwingbaar recht aanwezig is en het voornemen is om op netto basis af te rekenen.

Latente belastingvorderingen, met inbegrip van die voortvloeiend uit voorwaartse verliescompensatie, worden in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekeningsmogelijkheden kunnen worden benut, alsmede wanneer realisatie waarschijnlijk wordt geacht. Belastinglatenties worden op contante waarde gewaardeerd, waarbij discontering plaatsvindt tegen de netto-rente.

Latente belastingvorderingen (met een looptijd langer dan 1 jaar) zijn opgenomen onder financiële vaste activa; latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen.

5.7.3 Overige voorzieningen

Hieronder is onder meer de contractuele verplichting uit hoofde van de aangekochte woningen in het kader van de regeling ‘Verzilverd Wonen’ opgenomen. De verplichting bestaat uit het levenslange vruchtgebruik van de bewoner alsmede de hier aan gekoppelde onderhoudsverplichting. De verplichting is opgenomen tegen contante waarde van het verschil tussen de aankoopprijs bij vrije verkoop en de betaalde aankoopprijs. De vrijval vindt overeenkomstig de voorgecalculeerde exploitatie plaats.

De woning is juridische en economisch eigendom van Dudok Wonen en zij draagt daarom alle risico’s en is verantwoordelijk voor het onderhoud. Bij leegkomen wordt de woning verkocht. Op moment van verkoop (transportdatum) wordt het verkoopresultaat verantwoord. Het resultaat wordt berekend door de aankoopsom plus de niet ontvangen (fictieve) markthuur, gedurende de periode dat de woning bewoond werd, in mindering te brengen op de verkoopprijs.

Verder is er een voorziening voor te verwachte kosten in verband met claims van oud-medewerkers. 

5.8. Langlopende schulden

De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder paragraaf 4.9 Financiële instrumenten.

Voor de post verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens wordt verwezen naar paragraaf 9.8.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens “oude” contracten. 

5.9. Kortlopende schulden

De waardering van kortlopende schulden is toegelicht in de paragraaf 4.9 Financiële instrumenten.

6. Verdere uitwerking grondslagen voor bepaling resultaat

6.1. Huuropbrengsten

Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit de met huurders gesloten huurovereenkomsten. Huuropbrengsten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de looptijd van de huurovereenkomst. De huren worden jaarlijks binnen de wettelijke kaders verhoogd in overeenstemming met het huurbeleid van Dudok Wonen. De huuropbrengsten worden toegerekend aan de periode waarop het contract betrekking heeft.

6.2. Opbrengsten en lasten servicecontracten

De opbrengsten betreffen ontvangen bedragen van huurders ter dekking van gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke kosten. Deze kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten. De opbrengsten servicecontracten worden toegerekend aan de periode waarop het contract betrekking heeft.

6.3. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden zowel de directe lasten voor de verhuur en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kostenverdeelstaat verantwoord.

6.4. Lasten onderhoudsactiviteiten

De onderhoudskosten voor dagelijks- en mutatieonderhoud en planmatig onderhoud worden ten laste van de exploitatie gebracht. Het dagelijks- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in de kosten van derden en de kosten van eigen dienst. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare uitgaven, waarbij het onderscheid is gebaseerd op de op 4 juli 2019 door het ministerie van Binnenlandse Zaken, de Autoriteit woningcorporaties en WSW gepubliceerde nieuwe definities gepubliceerd inzake de verwerking van uitgaven voor verbetering en onderhoud.

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
Reeds aangegane verplichtingen, waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.
 

6.5. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Hieronder worden de exploitatiekosten verantwoord die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren.

6.6. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de toerekenbare verkoop- en organisatiekosten en de geactiveerde waarde met betrekking tot het vastgoed. 


Opbrengst uit verkoop van vastgoed wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt als alle belangrijke rechten op economische voordelen alsmede alle belangrijke risico’s met betrekking tot de activa zijn overgedragen aan de koper, het bedrag van de opbrengst op betrouwbare wijze kan worden bepaald en ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is.

Op basis van deze criteria wordt onder deze post verantwoord: 

  • de verkoopopbrengst van vastgoed in exploitatie onder aftrek van verkoopkosten en de boekwaarde verantwoord. De boekwaarde is op basis van de marktwaarde. 
  • de opbrengstwaarde van verkocht vastgoed bestemd voor de verkoop (koopwoningen voor derden) onder aftrek van de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten en de vervaardigingsprijs en daaraan toegerekende directe kosten, dan wel de lagere opbrengstwaarde. 
  • verkoopopbrengst van onroerende zaken Kopen naar Wens onder aftrek van de boekwaarde. 

6.7. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Hieronder zijn begrepen de waardeveranderingen met betrekking tot de vastgoedportefeuille bestaande uit vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling, onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “oude” en “nieuwe” contracten en vastgoed bestemd voor verkoop. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of mogelijke verliezen, die ontstaan door een wijziging in de waarde van het vastgoed in het verslagjaar.

6.8. Netto resultaat overige activiteiten

Hieraan zijn de opbrengsten en kosten voor beheer voor derden, VvE-beheer en overige opbrengsten toegerekend.

6.9. Leefbaarheid

Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen. 

De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel (zoals leefbaarheidscoördinator, wijkbeheerder, huismeester), leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten zoals welkomstbijeenkomsten nieuwe bewoners, bestrijding woonoverlast, buurtbemiddeling, opvang van dak- en thuislozen, schuldsaneringen, tweede kansbeleid et cetera.

De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten, HOED), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, cameratoezicht, schoonmaakacties et cetera en uitgaven voor activiteiten zoals inbraakbeveiliging, brandpreventie, verlichting achterpad, afsluiting portieken et cetera.
 

6.10. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) heeft Dudok Wonen zich gehouden aan de Beleidsregel toepassing WNT.

6.11. Pensioenen

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. 

Dudok Wonen heeft voor al haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). Naar de stand van ultimo december 2020 was de dekkingsgraad van het pensioenfonds (SPW) 109,4% (2019: 113,1%).
De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Dudok Wonen betaalt hiervoor premies waarvan een deel op het salaris van de werknemers wordt ingehouden.
 

6.12. Leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Dudok Wonen ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden op lineaire basis verwerkt in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het contract.

6.13. Belastingen

Dudok Wonen is met ingang van 1 januari 2008 integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.

Belastingen over de resultaten omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en latente belastingen. De belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.

De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de vaststellingsovereenkomst (VSO), berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten, en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

Voor latente belastingen wordt een vordering dan wel een voorziening getroffen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten.

Er wordt uitsluitend een latente belastingvordering opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winsten beschikbaar zullen zijn die voor de realisatie van het tijdelijke verschil dan wel compensabele verliezen kunnen worden aangewend. Latente belastingvorderingen worden per iedere verslagdatum herzien en verlaagd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel zal worden gerealiseerd.

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder vlottende activa of onder de financiële vaste activa indien de verwachte looptijd langer is dan een jaar. De latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen.

Latente belastingen worden verantwoord tegen de contante waarde tegen een disconteringsvoet na belasting die de actuele marktrente van Dudok Wonen weerspiegelt.

Saldering van latenties vindt plaats indien en voor zover Dudok Wonen bevoegd is tot saldering en simultane afwikkeling en tevens het stellige voornemen heeft om dit te doen.

6.14. Aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen

Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van Dudok Wonen in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva tussen Dudok Wonen en de niet-geconsolideerde deelnemingen en tussen niet-geconsolideerde deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

De resultaten van deelnemingen die gedurende het boekjaar zijn verworven of afgestoten worden vanaf het verwervingsmoment respectievelijk tot het moment van afstoting verwerkt in het resultaat van Dudok Wonen.
 

7. Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. Bij deze methode zijn alle ontvangsten en uitgaven direct gekoppeld aan de activiteiten.

De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen.

In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele-, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en rente-uitgaven (opgenomen onder operationele activiteiten).
 

8. Bepaling reële waarden financiële instrumenten

Een aantal grondslagen en toelichtingen in de jaarrekening van Dudok Wonen vereist de bepaling van de reële waarde van zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen. Ten behoeve van waarderings- en informatieverschaffingsdoeleinden is de reële waarde op basis van de hierna genoemde methoden bepaald. Indien van toepassing wordt nadere informatie over de uitgangspunten voor de bepaling van de reële waarde vermeld bij het onderdeel van deze toelichting dat specifiek op het betreffende actief of de betreffende verplichting van toepassing is.

8.1. Handels- en overige vorderingen

De reële waarde van handels- en overige vorderingen benadert de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen actuele rentes vermeerderd met een gewogen gemiddelde opslag voor kredietrisico’s.

8.2. Derivaten

De reële waarde van rente derivaten wordt bepaald door discontering van de rentekasstromen, tegen actuele rentes waarin een opslag is opgenomen voor de relevante risico’s.

9. Toelichting op de geconsolideerde balans

9.1 Vastgoedbeleggingen

9.1.1 DAEB vastgoed in exploitatie (M11028) en niet-DAEB vastgoed in exploitatie (M11020)

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2020  31-12-2019
DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 712.868 679.339
     
Mutaties    
- Investeringen 6.755 3.759
- Desinvesteringen -9.064 -11.808
- Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling - -3.134
- Overboeking gereedgekomen activa ontwikkeling 6.245 15.383
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed 187 362
- Aankopen 9.490 4.332
- Overige mutaties - -
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 14.487 24.635
Totaal mutaties 28.100 33.529
     
Marktwaarde per 31 december 740.968 712.868
DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
Aantal per 1 januari 5.555 5.541
     
Toe- of afname 1 14
Aantal per 31 december 5.556 5.555
VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2020  31-12-2019
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 385.230 334.017
     
Mutaties    
- Investeringen 4.128 1.432
- Desinvesteringen -987 -2.201
- Overboeking gereedgekomen activa ontwikkeling 790 8.145
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed -187 -362
- Aankopen en overig - -
- Overige mutaties - -
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 10.747 44.199
Totaal mutaties 14.491 51.193
     
Marktwaarde per 31 december 399.721 385.230
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
Aantal per 1 januari 2.842 2.825
     
Toe- of afname 53 17
Aantal per 31 december 2.895 2.842

Algemeen
De actuele waarde van het DAEB vastgoed en niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde in verhuurde staat en bedraagt respectievelijk € 740 miljoen en € 400 miljoen. Het totaal van de waardering van het vastgoed in exploitatie bedraagt € 1.140 miljoen.
De marktwaarde in verhuurde staat is gebaseerd op beschikbare marktgegevens met inachtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop Dudok Wonen actief is. De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van Dudok Wonen die rusten op het vastgoed. De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop zij actief is.

De actuele waarde is berekend met het taxatiemanagementsysteem van Ortec TMS. Voor de Koop Goedkoop eenheden is de actuele waarde berekend met een eigen rekenmodel. De marktwaardewaarderingen zijn tot stand gekomen met inachtneming van het waarderingsprotocol, de procesrichtlijnen en uitvoeringsrichtlijnen die door Dudok Wonen zijn opgesteld.

Voor de woningen en parkeerplaatsen is de basiswaardering gehanteerd conform het Handboek marktwaardering 2020. Het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed in exploitatie is, getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT – www.nrvt.nl).

Onder marktwaarde in verhuurde staat wordt verstaan: het bedrag dat het complex bij complexgewijze verkoop naar schatting zal opbrengen nadat de verkoper het complex na de beste voorbereiding op de gebruikelijke wijze in de markt heeft aangeboden en waarbij de koper de onroerende zaak aanvaardt onder gestanddoening van de lopende huurovereenkomsten met alle daaraan verbonden rechten en plichten. Om de uiteindelijke netto open marktwaarde in verhuurde staat te bepalen worden de kopers kosten in mindering gebracht. De kopers kosten betreffen overdrachtskosten (overdrachtsbelasting, notariskosten en advieskosten) en zijn genormeerd op 3% van de waarde voor de woningportefeuille en 9% van de waarde voor BOG, Intramuraal zorgvastgoed en overig vastgoed).

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het rekenmodel gebruik van een Discounted Cash Flow-methode (DCF). Dit betekent dat voor een beschouwingsperiode van 15 jaar zo goed mogelijk de inkomsten en uitgaven worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar.
Het inschatten van de inkomsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s; doorexploiteren en uitponden, mede op basis van artikel 31 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV). 

Parameters
De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de woningportefeuille zijn:

  • disconteringsvoet gemiddeld van 6,13% (2019: 6,48%).
  • exit yield uitponden na 15 jaar gemiddeld van 6,79% (2019: 4,80%).
  • exit yield doorexploiteren na 15 jaar gemiddeld van 7,15% (2019: 6,54%).
  • vrije verkoopwaarde gemiddeld per eenheid € 246.889,- (2019: € 235.159,-).
  • contracthuur per eenheid gemiddeld per maand € 635,- (2019: € 618,-).
  • markthuur per eenheid gemiddeld per maand € 991,- (2019: € 992,-).

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de BOG/MOG-portefeuille zijn:

  • disconteringsvoet gemiddeld van 7,46% (2019: 7,01%).
  • exit yield gemiddeld van 8,60% (2019: 11,26%).
  • contracthuur gemiddeld per m2 per jaar € 85,- (2019: € 114,-).
  • markthuur gemiddeld per m2 per jaar € 101,- (2019: € 110,-).

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de parkeerplaatsen: 

  • disconteringsvoet gemiddeld 6,65% (2019: 6,35%).
  • exit yield gemiddeld 1,90% (2019: 4,05%).
  • contracthuur gemiddeld per maand € 53,- (2019: € 53,-).

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de Koop Goedkoop eenheden:

  • disconteringsvoet 6,32% (2019: 5,96%)
  • exit yield 7,00% (2019: 7,00%)
  • canon gemiddeld per jaar € 2.083 (2019: € 2.049)
  • grondwaarde gemiddeld € 59.599 (2019: € 56.054)

Opbouw disconteringsvoet
De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis waartegen de verwachte inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt. Deze disconteringsvoet wordt gebruikt om de huidige waarde van inkomsten en uitgaven in de toekomst te bepalen. Het waarderingshandboek bouwt de disconteringsvoet op in 3 onderdelen:

  • De risicovrije rentevoet. De hoogte van de risicoloze rentevoet wordt bepaald aan de hand van het 24-maands historisch gemiddelde van de 10-jaar EURO area yield curve gebaseerd op AAA rated staatsobligaties zoals gepubliceerd door de E.C.B. (Europese Centrale Bank) genomen. Voor 2020 bedraagt de basis-IRS minus 0,18% (2019: 0,26%).
  • De vastgoedsector specifieke opslag. De vastgoed sectorspecifieke opslag is een vastgoedsector gebonden risico-opslag, welke dient ter compensatie voor het extra risico dat wordt gelopen voor het investeren in vastgoed, ten opzichte van de risicovrije rente. De opslag bedraagt in 2020 6,14% (2019: 5,54%).
  • De opslag voor het markt- en objectrisico. Deze gecombineerde opslag is afhankelijk gesteld van bouwjaar, type verhuureenheid en regio.

De disconteringsvoeten van de woningen en parkeerplaatsen zijn bepaald op basis van het handboek marktwaardering 2020. Voor het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed zijn deze per complex individueel bepaald.

De bandbreedte voor de disconteringsvoeten van Dudok Wonen is als volgt: 

  • voor woningen: tussen 5,46% en 7,03% (2019: 5,74% en 6,80%);
  • voor BOG: tussen 5,46% en 9,00% (2019: 3,21% en 10,79%);
  • voor parkeerplaatsen: tussen 6,58% en 6,67% (2019: 6,28% en 6,37%);

Eindwaarde
Voor de woningen en parkeerplaatsen wordt de eindwaarde berekend op basis van het handboek. Deze eindwaarde is de marktwaarde van het complex aan het einde van het 15e jaar en is gelijk aan de contante waarde van de verwachte kasstromen die van het 16e exploitatiejaar worden verwacht. Deze waarde wordt vervolgens contant gemaakt met de gehanteerde disconteringsvoet naar de waardepeildatum en is zo onderdeel van de marktwaarde. 

Exit Yield
Voor het bepalen van de eindwaarde van het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed wordt de Exit Yield gebruikt. Het Exit Yield percentage bepaalt de eindwaarde van een complex aan het einde van de 15-jarige cashflow berekening. De eindwaarde wordt contant gemaakt tegen de gehanteerde disconteringsvoet. De Exit Yield moet feitelijk gezien worden als het aanvangsrendement over 15 jaar. Deze is daarmee dan ook afhankelijk van de status van het complex aan het eind van de beschouwde periode. Op individueel complexniveau zijn aspecten als huurpotentie, leeftijd en omvang van het complex aan het einde van de 15- jarige DCF periode bepaald. De Exit Yields zijn individueel ingeschat op complexniveau.

Overig
De op de markt, waarop Dudok Wonen actief is, gebaseerde aannames en uitgangspunten zijn voor het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed tot stand gekomen in samenwerking met een extern taxateur. Voor de woningen en parkeerplaatsen is de basiswaardering conform het Handboek gehanteerd.

Bij het bepalen van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • inflatie: voorgeschreven volgens het Handboek en gebaseerd op de meest recente prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) en de Europese Centrale Bank (ECB);
  • vrije verkoopwaarde: afgeleid van de WOZ-waarde en berekend volgens het Handboek;
  • markthuur:    afgeleid van de vrije verkoopwaarde en extern marktadvies en berekend volgens het handboek;
  • exploitatiekosten: ontleend aan het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (versie 2019);
  • mutatiegraad: gebaseerd op 5-jaars voortschrijdend gemiddelde binnen een bandbreedte;
  • ontwikkeling vrije verkoopwaarde en markthuur van de woningen op basis van de economische parameters in het Handboek;

Bij de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat is ook expliciet rekening gehouden met bestaande beklemmingen. Beklemmingen zijn beperkende afspraken die rechtstreeks rusten op het vastgoed, van invloed zijn op de marktwaarde in verhuurde staat en bij een eventuele overdracht naar een derde mee overgaan. Deze afspraken kunnen betrekking hebben op gemeentelijke afspraken, maar ook op wettelijke bepalingen.

De volgende vrijheidsgraden zijn toegepast bij de BOG-portefeuille:

  • markthuur: taxateur heeft voor alle taxatiecomplexen op basis van referentietransacties een inschatting gemaakt voor de passende markthuur;
  • exit yield: taxateur acht de modelmatige berekening die het Handboek voorschrijft voor de eindwaarde niet passend voor het betreffende heterogene vastgoed en heeft een eigen risico-inschatting gemaakt;
  • Disconteringsvoet: taxateur acht de modelmatige berekening die het Handboek voorschrijft voor de eindwaarde niet passend voor het betreffende heterogene vastgoed en heeft een eigen risico-inschatting gemaakt;
  • Mutatie- en verkoopkans: taxateur heeft obv kennis en ervaring een inschatting gemaakt van de mutatiekans.

Disconteringsvoet
De disconteringsvoet uit het handboek toont slechts een beperkte variatie en houdt geen rekening met enkele belangrijke aspecten in de waardering van de vastgoedportefeuille. De disconteringsvoeten van de complexen zijn individueel bepaald waarbij rekening is gehouden met aspecten als vastgoedtype, het bouwjaar, de lengte van het huurcontract, een overhuur- of onderhuursituatie, locatieaspecten en de omvang van het object.

Exit Yield
De Exit Yield is afhankelijk van de status van het complex aan het eind van de beschouwde periode. Hiertoe zijn op individueel complexniveau aspecten als huurpotentie, leeftijd en omvang van het complex aan het einde van de 15- jarige DCF periode bepaald. De Exit Yields zijn individueel per complex ingeschat.

Waardeveranderingen op basis van marktwaarde in verhuurde staat:
De marktwaarde in verhuurde staat is in 2020 met € 42,6 miljoen toegenomen van € 1.098,1 miljoen naar € 1.140,7 miljoen. Deze waardeontwikkeling is opgebouwd uit: 

  • investeringen van € 10,8 miljoen;
  • desinvesteringen (verkopen) van € 10,1 miljoen;
  • aankopen en opleveringen van € 16,5 miljoen;
  • niet gerealiseerde waardeveranderingen van € 25,2 miljoen positief.

De herwaarderingen ad € 25,2 miljoen positief zijn het gevolg van nadere inschattingen van parameters en uitgangspunten bij de waardering op marktwaarde.

Bij de post vastgoedbeleggingen zijn 8.451 eenheden (2019: 8.397) opgenomen. De geschatte actuele waarde is gebaseerd op basis van de WOZ-beschikkingen (peildatum 1 januari 2019) van het vastgoed en bedraagt circa € 1,4 miljard (2019: 1,3 miljard). 

De woningen zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. Het bedrijfsonroerendgoed is verzekerd tegen taxatiewaarde.
 

Hypothecaire zekerheden:
Het DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie gekwalificeerd als vastgoedbelegging bij Dudok Wonen is (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. Dudok Wonen heeft hiervoor een volmacht aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw verstrekt. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw kan indien het dit noodzakelijk acht hypotheek op het onderpand leggen. Als gevolg hiervan zijn de onroerende en roerende zaken in exploitatie die met geborgde leningen zijn gefinancierd niet met hypothecaire zekerheden bezwaard.

Voor het bezit in Goois Wonen BV zijn hypothecaire zekerheden en aanvullende zekerheden afgegeven. Deze zekerheden worden in paragraaf 9.9.1 nader toegelicht.

De som van de herwaarderingen bedraagt per balansdatum € 618 miljoen (2019: € 602 miljoen).

Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie
Per 31 december 2020 is in totaal € 618 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2019: € 602 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving. 

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Dudok Wonen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en/of maatschappelijke overwegingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd.

Dudok Wonen heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt voor 2020 € 546 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2020 bestaat uit de volgende onderdelen:

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2020  31-12-2019
Van marktwaarde naar beleidswaarde    
Marktwaarde verhuurde staat 1.140.688 1.098.076
     
Beschikbaarheid (doorexploiteren) 23.264 -49.803
Betaalbaarheid (huren) -308.024 -231.879
Kwaliteit (onderhoud) -191.047 -147.116
Beheer (beheerskosten) -70.668 -68.277
     
Beleidswaarde 594.213 601.002

Dit impliceert dat circa 56% van het totale eigen vermogen niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

Sensitiviteitsanalyse:
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt:

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2020  31-12-2019
Uitgangspunt voor:    
Disconteringsvoet doorexploiteren 5,81% 6,14%
Streefhuur per maand DAEB € 647 per woning € 634 per woning
Streefhuur per maand Niet DAEB € 921 per woning € 998 per woning
Streefhuur per maand Totaal € 717 per woning € 727 per woning
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 3.587 per woning € 3.347 per woning

In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

VASTGOEDBELEGGINGEN    
Effect op beleidswaarde:  Mutatie t.o.v.  Effect op
  uitgangspunt beleidswaarde
Disconteringsvoet 0,5% hoger 51 miljoen lager
Disconteringsvoet 0,5% lager 63 miljoen hoger
Streefhuur per maand € 25 lager 26 miljoen lager
Streefhuur per maand € 25 hoger 17 miljoen hoger
Lasten onderhoud per jaar € 100 hoger 19 miljoen lager
Lasten onderhoud per jaar € 100 lager 19 miljoen hoger
Lasten beheer per jaar € 100 hoger 19 miljoen lager
Lasten beheer per jaar € 100 lager 19 miljoen hoger

9.1.2 Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “oude” contracten (M11024)

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2020  31-12-2019
Eigendomsparticipaties (bedrag)    
Nominale waarde per 1 januari 58.736 54.846
     
Mutaties in het boekjaar:    
- herrubricering - -
- Nieuw - -
- Afkoop -2.022 -2.010
- Indexering 3.149 5.900
Nominale waarde per 31 december 59.863 58.736
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -34.038 -32.837
Stand per 31 december 25.825 25.899
Vooruit ontvangen bedragen ‘Kopen Naar Wens’ 37.207 38.612
Stand per 31 december 63.032 64.511
Eigendomsparticipaties (aantal)    
Stand per 1 januari 389 406
     
Mutaties in het boekjaar:    
- herrubricering - -
- Nieuw - -
- Afkoop -14 -17
Stand per 31 december 375 389

De actuele waarde van de eigendomsparticipaties is gebaseerd op de marktwaarde v.o.n. (vrij op naam). De waardering vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een netto contante waarde berekening en bedraagt € 25,8 miljoen (2019: € 25,9 miljoen). Het totaal van de waardering van de eigendomsparticipaties inclusief de ‘vooruitontvangen bedragen’ bedraagt daarmee € 63,0 miljoen (2019: € 64,5 miljoen).

De actuele waarde is berekend met een eigen rekenmodel. De marktwaardewaarderingen zijn tot stand gekomen met inachtneming van het waarderingsprotocol, de procesrichtlijnen en uitvoeringsrichtlijnen die door Dudok Wonen zijn opgesteld. 

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het rekenmodel gebruik van de netto contante waarde van de toekomstige kasstromen. 

Voor de gehele verwachte looptijd worden de inkomsten en uitgaven, zo goed mogelijk geschat en aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ gemaakt naar het heden. 

Het inschatten van de inkomsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van het scenario uitponden. De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan. 

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de eigendomsparticipaties zijn:

  • disconteringsvoet van 5,50% (2019: 5,50%);
  • indexering van uitgestelde betalingen op basis van prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);
  • tussentijdse bijkopen is ingeschat op 1%;
  • de tijdsverwachting voor een tussentijdse afkoop is ingeschat op basis van inkomensstijging en discrepantie tussen regio index en de daadwerkelijke waardestijging;
  • jaarlijkse beheerkosten van € 146,- euro per participatie (2019: €143,-).

9.1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (M11021)

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2020  31-12-2019
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    
Aanschafprijs 7.684 26.926
Cumulatieve waardeverminderingen -8.581 -4.425
Boekwaarde per 1 januari -897 22.501
Verantwoord als voorziening onrendabele investeringen 1.454 -
Boekwaarde onder aftrek van voorziening per 1 januari 557 22.501
     
Mutaties    
- Investeringen 20.730 5.896
- Overboeking naar DAEB vastgoed in exploitatie -6.651 -12.251
- Overboeking naar niet-DAEB vastgoed in exploitatie -910 -11.254
- Overboeking onrendabel in ontwikkeling bestemd voor vastgoed in exploitatie - 3.189
- Waardeveranderingen 3.663 -8.978
Totaal mutaties 16.832 -23.398
     
Aanschafprijs 20.853 7.684
Cumulatieve waardeverminderingen -4.918 -8.581
Balanswaarde per 31 december 15.935 -897
Verantwoord als voorziening onrendabele investeringen - 1.454
Boekwaarde onder aftrek van voorziening per 31 december 15.935 557

In het boekjaar werd ter zake van het vastgoed in ontwikkeling een bedrag ad € 536 aan bouwrente geactiveerd (2019: € 296). Bij niet specifiek gefinancierde projecten werd een gemiddelde rentevoet gehanteerd van 3,50% (2019: 3,50%).

Het verloop van de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2020  31-12-2019
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen    
Beginwaarde per 1 januari 1.454 -
Mutaties in het boekjaar:    
Toevoeging   1.454
Onttrekking -1.454  
Eindwaarde per 31 december - 1.454

9.2. Materiële vaste activa (M1102)

9.2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie (M11022)

MATERIELE VASTE ACTIVA Kantoor-gebouw Inventaris Automatisering Vervoer-middelen Totaal
Onroerende zaken en roerende zaken ten dienste van de exploitatie          
Verkrijgingsprijzen 11.114 76 1.487 12 12.689
Cumulatieve afschrijvingen -1.819 -39 -1.220 -12 -3.090
           
Boekwaarde per 1 januari 9.295 37 267 - 9.599
Mutaties in het boekjaar:          
- Investeringen - 21 237 - 258
- Desinvesteringen (aanschafwaarde) - -12 -943 - -955
- Desinvesteringen (gecorrigeerde afschrijving) - 12 943 - 955
- Afschrijvingen -251 -7 -105 - -363
Totale mutaties -251 14 132 - -105
           
Verkrijgingsprijzen 11.114 85 781 12 11.992
Cumulatieve afschrijvingen -2.070 -34 -382 -12 -2.498
Boekwaarde per 31 december 9.044 51 399 0 9.494

De WOZ-waarde van de onroerende zaken ten dienste van de exploitatie bedraagt € 2,3 miljoen.

9.3. Financiële vaste activa (M1103)

9.3.1 Andere deelnemingen (M11033)

FINANCIELE VASTE ACTIVA 31-12-2020  31-12-2019
Andere deelnemingen    
Aandeel WoningNet N.V.    
Beginwaarde per 1 januari 2 2
- Mutaties in boekjaar - -
Eindwaarde per 31 december 2 2

Dudok Wonen heeft een belang in WoningNet NV. Dit betreft een 75% storting op een aandeel in WoningNet. WoningNet werd in 2001 opgericht om corporaties optimaal te ondersteunen bij het verhuren van hun woningen.

9.3.2 Latente belastingvordering(en) (M11035)

FINANCIELE VASTE ACTIVA 31-12-2020  31-12-2019
Latente belastingvordering    
Beginwaarde per 1 januari 4.285 4.553
     
Mutaties in het boekjaar:    
- Toename/Vrijval ten laste van winst- en verliesrekening 1.155 -268
     
Eindwaarde per 31 december 5.440 4.285

De belasting latenties zijn berekend over tijdelijk verrekenbare verschillen uit hoofde van waardering van vastgoedbeleggingen, onroerende zaken – kopen naar wens, leningen, alsmede de herinvesteringsreserve en de voorwaartse verliescompensatie. De post latente belastingvorderingen betreft:

  • de tot waardering gebrachte beschikbare voorwaartse verliescompensatie ad € 0 (2019: € 0,2 miljoen)
  • en de tot waardering gebrachte verrekenbare tijdelijke verschillen ad € 4,8 miljoen (2019: € 3,5 miljoen).
  • verschil in waardering als gevolg van het te verrekenen renteoverschot als gevolg van de invoering van de ATAD ad € 0,6 miljoen (2019: € 0,5 miljoen)

De latente belastingvordering is contant gewaardeerd. De contante waarde van deze vordering bedraagt € 5,4 miljoen (2019: € 4,3 miljoen), gebaseerd op een disconteringsvoet na belasting (die de rente van de leningenportefeuille vertegenwoordigd) van 2,36% (2019: 2,60%).

Van deze vorderingen is een bedrag ad € 70k (2019: € 241k) naar verwachting verrekenbaar binnen 1 jaar.

Nadere toelichting per onderdeel van de belastinglatentie inzake tijdelijke verschillen:

  • De beschikbare voorwaartse verliescompensatie bedraagt nominaal € 0.
  • Het tijdelijke verschil inzake de extendible lening bedraagt nominaal € 4,3 miljoen (2019: € 3,0 miljoen) en is gewaardeerd tegen contante waarde. 
  • Het tijdelijke verschil inzake de leningenportefeuille bedraagt nominaal € 2 miljoen (2019: € 2,3 miljoen) en is gewaardeerd tegen contante waarde, De latente belastingvordering bedraagt € 0,5 miljoen (2019: € 0,5 miljoen) en is verwerkt in de balans. De gemiddelde gewogen looptijd van dit tijdelijke verschil bedraagt 18 jaar (2019: 18 jaar). Het bedrag met een looptijd kleiner dan 1 jaar bedraagt € 0,1 miljoen.
  • Met ingang van 1 januari 2019 is de ATAD-richtlijn van toepassing waardoor voor de bepaling van het fiscaal belastbaar bedrag de renteaftrek beperkt is. De aftrekbeperking ziet toe op het meerdere van 30% van de fiscale EBITDA met een ondergrens van € 1 miljoen (ATAD-norm). Indien in toekomstige jaren de rente daalt onder de hiervoor genoemde ATAD-norm is de eerder niet in aftrek genomen rente alsnog aftrekbaar. Hierdoor ontstaat een tijdelijk verschil. Voor het saldo niet aftrekbare rente ultimo 2019 is ingeschat of deze redelijkerwijs binnen 10 jaar wordt verrekend. Voor dat deel van de rente wat verrekend wordt is een actieve belastinglatentie gevormd. Ultimo 2020 bedraagt het saldo niet aftrekbare rente € 2,8 miljoen. Hiervan wordt naar verwachting € 3,0 miljoen binnen 10 jaar verrekend. De contante waarde tegen de netto rente van 2,36% bedraagt € 2,6 miljoen. De latente belastingvordering bedraagt € 0,6 miljoen.
  • Vastgoedbeleggingen die in de komende jaren naar verwachting blijvend zullen worden verhuurd en waarvan de commerciële waarde per complex verschilt van de fiscale waarde. Het verschil bedraagt € 215 miljoen (2019: € 149 miljoen). Er wordt voor dit verschil geen latentie gevormd omdat dit vastgoed fiscaal niet afwikkelt. De fiscale waarde van dit vastgoed betreft een bedrag van € 924 miljoen (2019: € 887 miljoen). De commerciële waarde van dit vastgoed betreft een bedrag van € 1.140 miljoen (2019: € 1.036 miljoen). De nominale latente belastingvordering bedraagt € 53 miljoen (2019: € 32 miljoen), zijnde 24,7% over het verschil tussen fiscale waarde en boekwaarde.
  • Het verschil inzake de vastgoedbeleggingen in exploitatie waarvan verwacht wordt dat deze in de komende vijf jaar worden verkocht bedraagt € 9,0 miljoen (2019: € 5,5 miljoen). De nominale waarde van de latente belastingverplichting bedraagt € 2,4 miljoen. Omdat bij verkoop gebruik wordt gemaakt van de herinvesteringsreserve, er sprake is van fiscale boekwinst bij verkoop, en wordt voldaan aan RJ272.405 wordt voor dit verschil geen latentie gevormd.
  • Het tijdelijke verschil inzake onroerende zaken - Kopen naar Wens bedraagt € 18,7 (2019: € 28,9) miljoen. De fiscale waarde is hoger dan de boekwaarde. Gelet op het ontbreken van de beschikkingsmacht bij Dudok Wonen inzake het moment van uitkoop is dit tijdelijke verschil niet in de balans gewaardeerd. De nominale latente belastingverplichting bedraagt € 4,7 miljoen. 

9.3.3 Leningen u/g (M11036)

FINANCIELE VASTE ACTIVA 31-12-2020  31-12-2019
Leningen u/g    
Beginwaarde per 1 januari 3.418 3.466
Mutaties in het boekjaar:    
- Aflossingen -3.418 -48
Eindwaarde per 31 december - 3.418
FINANCIELE VASTE ACTIVA 31-12-2020  31-12-2019
Leningen u/g    
Lening Stichting Woonzorg Theodotion-Dudok - 3.418
Stand per 31 december - 3.418

Stichting Woonzorg Theodotion-Dudok
Aan de Stichting Woonzorg Theodotion-Dudok te Laren was op 1 augustus 1997 een lening verstrekt met een looptijd van 50 jaar. De eerste 10 jaar was fixe, daarna annuïtair op basis van 40 jaar. Op 1 augustus 2018 heeft er een renteherziening plaatsgevonden naar 5,5%. De lening is eind 2020 in zijn geheel afgelost.

9.3.4 Overige vorderingen (M11039)

FINANCIËLE VASTE ACTIVA 31-12-2020  31-12-2019
Overige vorderingen    
Vorderingen Kopen naar Wens “Nieuwe” 102% contracten 17.145 12.129
Amortisatie leningen 12.788 13.113
Stand per 31 december 29.933 25.242

Vorderingen Kopen naar Wens “Nieuwe” 102% contracten

FINANCIËLE VASTE ACTIVA 31-12-2020  31-12-2019
Vorderingen Kopen naar Wens (bedrag)    
Nominale waarde per 1 januari 15.010 9.984
Mutaties in het boekjaar:    
- Nieuw 4.050 4.915
- Afkoop -424 -813
- Indexering 942 924
Nominale waarde per 31 december 19.578 15.010
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -2.433 -2.881
Stand per 31 december 17.145 12.129
Vorderingen Kopen naar Wens (aantal)    
Stand per 1 januari 140 102
Mutaties in het boekjaar:    
- Nieuw 39 43
- Afkoop -7 -5
Stand per 31 december 172 140

De actuele waarde van de vorderingen Kopen naar Wens is gebaseerd op de marktwaarde v.o.n. (vrij op naam). De waardering vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een netto contante waarde berekening en bedraagt € 17,1 miljoen. 

De actuele waarde is berekend met een eigen rekenmodel. De marktwaardewaarderingen zijn tot stand gekomen met inachtneming van het waarderingsprotocol, de procesrichtlijnen en uitvoeringsrichtlijnen die door Dudok Wonen zijn opgesteld. 

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het rekenmodel gebruik van de netto contante waarde van de toekomstige kasstromen. 

Voor de gehele verwachte looptijd worden de inkomsten en uitgaven, zo goed mogelijk geschat en aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ gemaakt naar het heden.

Het inschatten van de inkomsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van het scenario uitponden. De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de eigendomsparticipaties zijn:

  • disconteringsvoet van 1,99% (2019: 2,25%);
  • indexering van uitgestelde betalingen op basis van prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);
  • tussentijdse bijkopen is ingeschat op 1,3% (2019: 1,3%);
  • de tijdsverwachting voor een tussentijdse afkoop is ingeschat op basis van inkomensstijging en discrepantie tussen regio index en de daadwerkelijke waardestijging;
  • Jaarlijkse beheerkosten van € 146,- euro per participatie (2019: € 143,-).

Amortisatie leningen

FINANCIËLE VASTE ACTIVA 31-12-2020  31-12-2019
Amortisatie leningen    
Nominale waarde per 1 januari 13.113 -
Mutaties in het boekjaar:    
- toevoegingen - 13.357
- Aflossing/afschrijving -325 -244
Stand per 31 december 12.788 13.113

In 2019 heeft Dudok Wonen besloten tot de doorzak van derivaat in een vastrentende lening. Hierdoor is een vervangende lening ontstaan met een hogere rente dan de op dat moment geldende marktrente. Zodoende ontstond een verschil tussen marktwaarde en de nominale waarde. Dit verschil is als geamortiseerde kostprijs onder overige vordering opgenomen.

9.4. Vorderingen (M1112)

9.4.1 Huurdebiteuren (M11120)

VORDERINGEN 31-12-2020  31-12-2019
Huurdebiteuren    
Huurdebiteuren 540 547
Voorziening dubieuze huurdebiteuren -185 -168
Stand per 31 december 355 379

De vorderingen zijn opgenomen tegen nominale waarde, rekening houdend met een voorziening voor mogelijke oninbaarheid. De voorziening is gebaseerd op een ouderdomsanalyse van de openstaande vorderingen.

9.4.2 Overige vorderingen (M11126)

VORDERINGEN 31-12-2020  31-12-2019
Overige vorderingen    
Overige debiteuren 156 474
Waarborgsommen 262 262
Overige vorderingen 46 224
Stand per 31 december 464 960

Overige debiteuren
De overige debiteuren bestaan voornamelijk uit vorderingen met betrekking tot nieuwbouw verkoop. 

Overige vorderingen
Onder de overige vorderingen zijn geen posten opgenomen met een looptijd langer dan een jaar.
 

9.4.3 Overlopende activa (M11127)

Onder de overlopende activa zijn geen posten opgenomen met een looptijd langer dan een jaar.

9.5. Liquide middelen (M1114)

LIQUIDE MIDDELEN 31-12-2020  31-12-2019
Liquide middelen    
Vrij opneembare banktegoeden 12.568 31.924
Stand per 31 december 12.568 31.924

9.6. Eigen Vermogen (M1105)

Voor de toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar paragraaf 14.4 Eigen vermogen.

9.7. Voorzieningen (M1107)

9.7.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen (M11073)

Voor de toelichting van de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen wordt verwezen naar paragraaf 9.1.3 ‘vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie’.

De voorziening onrendabele investeringen heeft een looptijd van langer dan 1 jaar
 

9.7.2 Overige voorzieningen (M11074)

In 2020 heeft Dudok Wonen geen verzilverde woningen verkocht. In totaal heeft Dudok Wonen ultimo 2020 12 verzilverde woningen in haar bezit. 

Onder de overige voorzieningen is een bedrag van € 100 opgenomen inzake claims van oud-medewerkers. Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting binnen 1 jaar afwikkelt bedraagt € 0. Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting na meer dan 5 jaar afwikkelt bedraagt € 0.
 

9.8. Langlopende schulden (M1108)

9.8.1 Schulden/leningen overheid (M11080) en kredietinstellingen (M11081)

LANGLOPENDE SCHULDEN 31-12-2020  31-12-2019
Leningen kredietinstellingen    
Balans per 1 januari 240.678 251.435
Mutaties:    
- Af: effect stelselwijziging - -
- Bij: nieuwe leningen (initieel gewaardeerd tegen reële waarde, 20.000 38.356
vervolgwaardering tegen geamortiseerde kostprijs)    
- Af: contract aflossingen -25.640 -48.946
- Bij: geamortiseerde rente 79 76
- Af: afschrijving agio -325 -244
Sub totaal 234.792 240.678
     
Af: aflossingsverplichting komend jaar -9.502 -22.965
Balans per 31 december 225.290 217.713
TOTAAL 225.290 217.713

De aflossingsverplichting (totaal € 9,5 miljoen) binnen 12 maanden na afloop van het jaar is opgenomen onder kortlopende schulden.

De kenmerken van de leningenportefeuille zijn als volgt:

  • De gewogen gemiddelde rentevoet van het totale bestand aan leningen bedraagt 3,15% (2019: 3,32%).
  • De gewogen gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille excl. rollover leningen bedraagt 21 jaar (2019: 17 jaar) en incl. rollover leningen 19 jaar (2019: 18 jaar).
  • De duration van de leningenportefeuille excl. rollover leningen bedraagt 13,1 jaar (2019: 10 jaar) en incl. rollover leningen 11,4 jaar (2019: 9,3 jaar).
  • De leningen van de overheid en kredietinstellingen zijn volledig ter financiering van vastgoed en zijn voor € 215,6 miljoen (2019: voor € 217,6 miljoen) geborgd door het WSW en zijn voor € 6,6 miljoen (2019: voor € 10,2 miljoen) niet geborgd. 

Zekerheden behorende bij leningen kredietinstellingen verstrekt aan Goois Wonen BV

  • Voor het bezit zijn hypothecaire zekerheden afgegeven ter waarde van € 13 miljoen.
  • Bij het complex Entrada zijn verpand:
    o    huurpenningen;
    o    verklaring van no-change-of-ownership;
    o    verklaring van no further debt clause;
    o    verklaring van negative pledge;
    o    verklaring van pari passu.
LANGLOPENDE SCHULDEN - Leningen kredietinstellingen    
Looptijd 31-12-2020 31-12-2019
< 1 jaar 9.502 22.965
1-5 jaar 16.573 18.846
> 5 jaar 208.887 199.116
Balans per 31 december 234.962 240.926
LANGLOPENDE SCHULDEN - Leningen kredietinstellingen        
Soorten leningen Aantal Bedrag Aantal Bedrag
  31-12-2020 31-12-2020 31-12-2019 31-12-2019
Vastrentende leningen 26 171.962 26 177.926
Variabel rentende leningen 4 38.000 4 38.000
Extendible leningen 1 25.000 1 25.000
Balans per 31 december 31 234.962 31 240.926

Vastrentende leningen
De rente van de vastrentende leningen is of voor de gehele looptijd gefixeerd of tot het renteherzieningsmoment.
 

Variabel rentende leningen
Ultimo 2020 zijn er 4 variabel rentende leningen (zogeheten roll-over leningen) met in totaal een hoofdsom van € 38 miljoen. Hiervan is per 31 december 2020 € 38 miljoen opgenomen. Voor deze roll-over leningen geldt een variabele rente gebaseerd op 3-maands of 6-maands Euribor plus opslag. Met het doel het renterisico op deze leningen te beperken is een renteswap afgesloten ter dekking van nominaal € 25 miljoen. Deze afgeleide financiële instrumenten worden in paragraaf 9.11.4 nader toegelicht.

Extendible lening 
De extendible moet worden gezien als twee afzonderlijke instrumenten: de ‘kale’ lening en de geschreven receiver swaption. Voor alle financiële instrumenten geldt dat de eerste waardering gelijk is aan de reële waarde. Op grond hiervan is eerst de reële waarde van de swaption bepaald. Het restant met de reële waarde van de extendible lening als geheel wordt vervolgens geacht de reële waarde van de lening te zijn.
De initiële reële waarde van de swaption is gelijk aan de impliciet (te) ontvangen premie voor de swaption. Doorgaans komt dit bij een extendible lening tot uitdrukking in een lager dan marktconform rentepercentage (te zien als rentekorting) in de eerste periode van de lening. De reële waarde is dus gelijk aan de contante waarde van deze rentekorting.

De initiële reële waarde van de renteswap op het afsluitmoment is bepaald op € 0,97 miljoen negatief. Dit betekent dat de reële waarde van de lening € 24,03 miljoen bij afsluiten bedroeg. Het totaalbedrag bedroeg nominaal € 25,0 miljoen.
De waardering van de lening bedraagt ultimo 2020 op balansdatum € 24,83 miljoen (2019: € 24,75 miljoen) en de waarde van de renteswap bedraagt ultimo 2020 op balansdatum € 17,37 miljoen negatief (2019: € 14,25 miljoen negatief). Hierdoor ontstaat een totale waardering (schuld) van € 42,20 miljoen (2019: € 39,00 miljoen). 

De rentelast in de winst- en verliesrekening met betrekking tot de extendible in 2020 bedraagt € 1.115 (2019: € 1.109). Dit bedrag bestaat uit € 79 aan geamortiseerde rente en € 1,04 miljoen aan betaalde rente. De geamortiseerde rente wordt bijgeschreven op de lening, die daardoor per ultimo boekjaar 2020 een waarde kent van € 42,20 miljoen.

Als gevolg van de gedaalde rentecurve ultimo 2020 is de negatieve waarde van de embedded swaption toegenomen tot een bedrag van € 17,37 miljoen negatief (2019: € 14,25 miljoen negatief). Het verschil ten opzichte van de waardering ultimo 2020 bedraagt € 3,12 miljoen negatief en wordt ten laste van het renteresultaat 2020 gebracht.

Renterisico bij herfinanciering
Het rente- en looptijdenbeleid is erop gericht jaarlijks niet meer dan 15% renterisico bij herfinanciering te lopen. Het renterisico (in % van de restant hoofdsom aan het begin van het jaar) wordt berekend als de som van:

  • het bedrag aan aflossingen van leningen in een jaar, vermeerderd met
  • de restant hoofdsom van rentetypisch langlopende financiering die in een jaar een renteaanpassing krijgen, én
  • de hoofdsom van rentetypisch kortlopende financiering (zijnde variabel rentende leningen) die in een jaar minimaal één renteaanpassing krijgen, waarbij 
  • Spread- of opslagherzieningen voor de helft van het nominale schuldrestant worden meegewogen.

Op basis van de bestaande leningenportefeuille in de toegelaten instelling ziet het renterisico er per ultimo 2020 als volgt uit:

Uit de grafiek blijkt, dat de interne renterisiconorm van 15% over het uitstaande schuldenrestant in een aantal jaren wordt overschreden. De verhouding tussen omvang van de schuldpositie en de mutaties daarop spelen een grote rol. Als gevolg van de doorzak van het rentederivaat en de lager dan verwachte ontwikkeling van de financieringsbehoefte is de totale nominale schuldpositie in 2020 gedaald. Dit is van invloed op het relatieve renterisico, dat uitsluitend als gevolg van de lagere schuldenpositie is toegenomen. Het absolute renterisico is niet toegenomen. Bij een toename van de schuldpositie zal het renterisico dalen. Dudok Wonen ziet daarom geen aanleiding op korte termijn het renterisico te verlagen. 
De grafiek ‘Rente-exposure bestaande leningenportefeuille’ geeft de langjarige ontwikkeling weer. De WSW-renterisiconormering van 15% inzake het maximaal toegestane rente-exposure is vanaf 2017 niet meer van toepassing verklaard op het niveau van de individuele woningcorporatie. WSW monitort deze norm wel op sectorniveau en hanteert deze norm bij de weging van de business risks bij de individuele woningcorporatie. 

LANGLOPENDE SCHULDEN - Leningen kredietinstellingen    
Partijen 31-12-2020 31-12-2019
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 157.472 178.617
Nederlandse Waterschapsbank N.V. 38.000 18.000
Overige bankinstellingen (alleen Nederlands) 30.047 34.340
Financiële instellingen (niet zijnde banken) 9.443 9.969
Balans per 31 december 234.962 240.926

Reële waarde 
De reële waarde van de leningen wordt gedefinieerd als de contante waarde van de leningenportefeuille waarbij een disconteringsvoet gebaseerd op de rentecurve van de 6-maands Euribor. In paragraaf 9.10.5 is de reële waarde van de leningenportefeuille opgenomen.

Kredietinstellingen
In het verslagjaar werd één nieuwe lening aangetrokken met een looptijd van meer dan één jaar.

9.8.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens “oude” contracten (M11084)

LANGLOPENDE SCHULDEN 2020 2019
Overige schulden - Vooruit ontvangen bedragen ‘Kopen Naar Wens’    
Stand per 1 januari 38.612 40.337
Mutaties in het boekjaar:    
- Afkoop -1.405 -1.725
     
Stand per 31 december 37.207 38.612
KOPEN NAAR WENS 2020 2019
Aantal mutaties in het jaar:    
Stand per 1 januari 389 406
     
Mutaties in het boekjaar:    
- Afkoop -14 -17
Stand per 31 december 375 389

Hier zijn de vooruit ontvangen bedragen ‘Kopen naar Wens’ opgenomen. Deze dienen in relatie gezien te worden met de eigendomsparticipaties (paragraaf 9.1.2).
Nagenoeg alle ‘Kopen naar Wens’ koopproducten zijn door de kopers gefinancierd met een hypothecaire lening onder voorwaarde van Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Het Waarborgfonds Eigen Woningen garandeert dat NHG van toepassing is onder voorwaarde dat Verkoper (Dudok Wonen) bij dreigende executie de woning terugkoopt tegen de dan geldende marktwaarde, onder verrekening van de eigendomsparticipatie.

9.8.3 Overige schulden (M11083)

LANGLOPENDE SCHULDEN 31-12-2020  31-12-2019
Overige schulden - Waarborgsommen    
Stand per 1 januari 727 686
Mutaties in het boekjaar:    
- Toevoegingen 96 149
- Onttrekkingen -106 -108
Stand per 31 december 717 727
Overige schulden - Embedded    
Stand per 1 januari 14.245 9.857
Mutaties in het boekjaar:    
- Toevoegingen 3.123 4.388
Stand per 31 december 17.368 14.245
TOTAAL 18.085 14.972

De overige schulden betreffen de van huurders ontvangen waarborgsommen uit hoofde van huurovereenkomsten en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten. De waarborgsommen zijn inclusief rente en worden bij beëindiging van de huurovereenkomst verrekend.
De waarborgsommen hebben een looptijd langer dan een jaar. 

Daarnaast is onder de post “embedded” opgenomen de negatieve marktwaarde van de in 9.8.1 vermelde receiver swaption, behorende bij de extendible lening (zie ook paragraaf 9.8.1).

9.9. Kortlopende schulden (M1116)

9.9.1 Schulden aan kredietinstellingen (M11160)

KORTLOPENDE SCHULDEN 31-12-2020  31-12-2019
Schulden aan kredietinstellingen    
Kortlopend deel van de langlopende leningen 9.503 22.965
Stand per 31 december 9.503 22.965

Dudok Wonen heeft daarnaast ultimo 2020 bij de Bank Nederlandse Gemeenten een rekening courantfaciliteit ter grootte van € 10 miljoen (2019: € 10 miljoen). Zie ook paragraaf 9.10.2.

9.9.2 Belastingen en premies sociale verzekeringen (M11164)

KORTLOPENDE SCHULDEN 31-12-2020  31-12-2019
Belastingen en premies sociale verzekeringen    
Te betalen vennootschapsbelasting 187 267
Te betalen BTW 1.814 983
Loonheffing en sociale lasten 151 147
Schulden ter zake van pensioenen 29 25
Stand per 31 december 2.181 1.422

9.9.3 Overige schulden (M11167)

KORTLOPENDE SCHULDEN 31-12-2020  31-12-2019
Overige schulden    
Glasfonds 3 15
Serviceabonnement 148 176
Af te rekenen leveringen en diensten 291 258
Reserveringen vakantie uren 196 196
Diversen 7 -
Stand per 31 december 645 645

9.9.4 Overlopende passiva (M11168)

KORTLOPENDE SCHULDEN 31-12-2020  31-12-2019
Overlopende passiva    
Niet vervallen rente 2.947 3.403
Vooruit ontvangen huren 750 624
Diversen 205 408
Stand per 31 december 3.902 4.435

9.10. Financiële instrumenten

9.10.1 Algemeen

Dudok Wonen maakt in de normale bedrijfsuitoefening conform haar treasurystatuut gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die Dudok Wonen blootstellen aan markt- en/of kredietrisico’s en derivaten die deze afdekken. Het betreft financiële instrumenten die in de balans zijn opgenomen en interest derivaten om toekomstige kasstromen af te dekken.

Dudok Wonen handelt niet in deze financiële instrumenten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of markt te beperken; de instrumenten zijn defensief ingezet. Bij het niet nakomen door een tegenpartij van de aan Dudok Wonen verschuldigde betalingen blijven eventuele daaruit voortvloeiende verliezen beperkt tot de marktwaarde van de desbetreffende instrumenten. De contractwaarde of fictieve hoofdsommen van de financiële instrumenten zijn slechts een indicatie van de mate waarin van dergelijke financiële instrumenten gebruik wordt gemaakt en niet van het bedrag van de krediet- of marktrisico’s.

9.10.2 Kredietrisico

Dudok Wonen loopt kredietrisico over financiële vaste activa en vorderingen. 

Het maximale kredietrisico inzake vorderingen bedraagt € 1,0 miljoen. De vorderingen van Dudok Wonen uit hoofde van huurdebiteuren ad € 0,4 miljoen zijn gespreid over een groot aantal huurders.

De liquide middelen per 31 december 2020 zijn verdeeld over BNG Bank, Rabobank en ING Bank. Er staat per saldo € 0,4 miljoen op rekeningen bij BNG Bank. Bij Rabobank staat € 11,8 miljoen uit en bij ING staat € 0,4 miljoen uit. Deze banken hadden alle per 31 december 2020 een rating van A of hoger bij de kredietbeoordelaars S&P, Moody’s en Fitch.

9.10.3 Renterisico en kasstroomrisico

Dudok Wonen loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Dudok Wonen risico ten aanzien van de toekomstige kasstromen, met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Dudok Wonen risico’s over de marktwaarde. Met betrekking tot een bepaalde variabel rentende schuld heeft Dudok Wonen in het verleden een rentederivaat afgesloten, waarbij de variabele rente wordt omgezet naar een vaste rente.

De gemiddelde rentevoet op de leningenportefeuille bedraagt 3,15%. In de periode 2021- 2025 wordt € 19,9 miljoen afgelost. Op basis van de gemiddelde rentevoet dalen de rentelasten in 2025 als gevolg van de aflossingen met circa € 0,63 miljoen. Daarnaast wordt in de periode 2021 – 2025 voor € 28,2 miljoen de rente herzien.  De herfinancieringsbehoefte in de periode 2021- 2025 bedraagt € 88 miljoen. Op basis van de huidige gemiddelde rentevoet bedragen de rentelasten voor de herfinancieringsbehoefte € 2,8 miljoen in 2025. Bij een structurele stijging van de rentevoet met 1% ten opzichte van de gemiddelde rentevoet, dus naar 4,15%, bedraagt het renterisico van herfinancieringsbehoefte in 2025 € 0,88 miljoen. Het renterisico over de renteherzieningen bedraagt € 0,29 miljoen.

In 2021 vindt de aflossing plaats van de hypothecaire geldlening in Goois Wonen B.V. De aflossingsverplichting bedraagt € 6,2 miljoen. Herfinanciering wordt niet voorzien, omdat deze binnen de meerjarenbegroting niet nodig is voor de continuïteit. Er zijn alsdan voldoende liquide middelen beschikbaar om de geldlening in zijn geheel af te lossen. De jaarlijkse rentelast bij de huidige rente is € 0,17 miljoen. 

Zie voor een nadere toelichting inzake de renteherzienings- en aflossingsmomenten, ‘concentratie liquiditeitsrisico’ onder punt 9.8.1. en de onderpandverplichtingen inzake rente-instrumenten punt 9.11.4.

9.10.4 Concentratie liquiditeitsrisico

Uit onderstaande opstelling blijkt dat het liquiditeitsrisico is geconcentreerd bij N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) en de Nederlandse Waterschapsbank N.V. (NWB Bank). BNG Bank is als structuurvennootschap een bank van en voor overheden en instellingen van maatschappelijk belang. De aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen en de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De NWB Bank is een financiële dienstverlener voor de overheidssector. Alle aandelen van de bank zijn in handen van overheden. Het liquiditeitsrisico is hiermee vrijwel gelijk aan dat van de Nederlandse staat. Per ultimo van 2020 hadden beide banken de hoogste credit rating van Moody’s en Standard en Poor’s (Aaa respectievelijk AAA). BNG Bank heeft voorts een AA+ credit rating van Fitch.

9.10.5 Reële waarde

De reële waarde van de in de balans verantwoorde financiële instrumenten zoals vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.
De reële waarde van de schulden aan overheid en kredietinstellingen bedraagt ultimo 2020 € 293,8 miljoen (2019: € 297,3 miljoen) en is daarbij gebaseerd op de kasstromen van de leningenportefeuille (exclusief rentederivaten). De disconteringsvoet is gebaseerd op de rentecurve van de 6-maands Euribor. Het schuldrestant bedraagt ultimo 2020 € 222,2 miljoen (2019: € 241 miljoen).

De reële waarde van de vorderingen op deelnemingen is niet voldoende betrouwbaar te bepalen. Voor nadere informatie wordt verwezen naar punt 9.3.1.

De reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten is in paragraaf 9.11.4 opgenomen.

De reële waarde van de overige langlopende schulden benadert de boekwaarde ervan.
 

9.10.6 Valutarisico

Dudok Wonen is alleen werkzaam in Nederland en loopt geen valutarisico’s.

9.11. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Niet in de balans opgenomen activa

9.11.1 Terugkooprecht verkochte woningen

In het navolgende overzicht is het aantal verkochte woningen opgenomen, waarvoor Dudok Wonen het terugkooprecht heeft.

TERUGKOOPRECHT VERKOCHTE WONINGEN    
Verkoopproduct Aantal 2020 Aantal 2019
Koop Goedkoop 1.163 1.179
Kopen naar Wens 547 529
  1.710 1.708

Het terugkooprecht houdt in dat de woning bij verkoop door de koper eerst aan Dudok Wonen te koop dient te worden aangeboden voor de dan geldende marktwaarde. Indien Dudok Wonen geen gebruik maakt van het terugkooprecht, kan de koper de woning te koop aanbieden op de vrije markt.

9.11.2 Opstalrechten Verenigingen v Eigenaren

Op 61 VvE-complexen heeft Dudok Wonen het recht van opstal gevestigd. Dudok Wonen heeft de bevoegdheid tot het in eigendom hebben, het aanbrengen, beheren/onderhouden en (indien nodig) vernieuwen en vervangen van energieopwekkende en/of milieubesparende installaties en toebehoren op, in, aan en boven het gebouw.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen

9.11.3 Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Het obligo uit hoofde van geborgde leningen door de borgsteller bedraagt ultimo 2020 € 7,9 miljoen (2019: € 8,0 miljoen). De hoogte van het obligotarief is vastgesteld op 3,85% (2019: 3,85%) over het schuldrestant van de geborgde lening, met uitzondering van het leningtype variabele hoofdsom en voor collegiale financiering. Dit obligo is opeisbaar indien blijkt dat het totale garantievermogen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw niet voldoende is om de afspraken op het Waarborgfonds Sociale Woningbouw te dekken.

9.11.4 Afgeleide financiële instrumenten

Dudok Wonen heeft de volgende afgeleide financiële instrumenten:

RENTE DERIVATEN  
Rente derivaten Aantal
Renteswaps ('plain vanilla') 1
Leningen in de vorm van extended leningen 1

Renteswaps

RENTE DERIVATEN                
Swap nr. Tegenpartij Bedrag lening Rentepercentage   Startdatum Einddatum Hedge Marktwaarde
      Variabel Vast        
1. ING 25.000 3mnd Euribor 4,52 30-11-2007 30-11-2027 25.000 -8.821
    25.000         25.000 -8.821

In 2020 heeft Dudok Wonen geen nieuwe afgeleide financiële instrumenten aangetrokken.

Effectiviteit hedgerelaties:
De wijzigingen in reële waarde van renteswaps waarop kostprijs hedge accounting wordt toegepast en de in de winst-en-verliesrekening verwerkte ineffectiviteit, is ultimo boekjaar als volgt:

HEDGERELATIE Wijzigingen in reële waarde sinds eerste verwerking
Renteswaps in een hedgerelatie € 25 miljoen
Effectieve deel van de hedgerelatie € 25 miljoen
Totale ineffectiviteit € -
In de winst-en-verliesrekening 2018 verwerkte ineffectiviteit € -

Toezicht belemmerende bepalingen:
Er was in 2020 geen sprake van toezicht belemmerende bepalingen uit hoofde van het bepaalde in de beleidsregels financiële derivaten toegelaten instellingen volkshuisvesting.

9.11.5 Investeringsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw, aankoop van woningen en herstructurering van woningen tot een bedrag van € 21,2 miljoen (2019: € 11,4 miljoen). Dit heeft betrekking op een aantal (grootschalige) projecten welke in uitvoering zijn gegaan.

9.11.6 Contractonderhoudsverplichtingen

In het kader van onderhoud aan gebouwen en individuele woningen zijn met verschillende onderhoudsbedrijven verplichtingen aangegaan. Het contractonderhoud bestaat voornamelijk uit:

  • Liftonderhoud;
  • CV/WW-onderhoud;
  • onderhoud aan brandmeldinstallaties;
  • onderhoud aan mechanische ventilatie;
  • centrale deuropeners.

Alle verplichtingen zijn 1-jarig. De totale verplichting voor 2020 wordt becijferd op € 1,2 miljoen (2019: € 1,2 miljoen).
 

9.11.7 Verplichtingen Verenigingen van Eigenaren

De Verenigingen van Eigenaren (VvE) zijn zelfstandige juridische entiteiten en beschikken elk over een reservefonds of onderhoudsvoorziening. Het totaal van de reservefondsen van deze VvE’s bedraagt ultimo 2020 € 9,1 miljoen tegen € 9,0 miljoen ultimo 2019. 

Op basis van de eigendomsverhouding bedraagt het aandeel van Dudok Wonen in deze reservefondsen € 5,6 miljoen ultimo 2020 tegen € 5,7 miljoen ultimo 2019.

Ten behoeve van de verkoop van appartementen zijn deze VvE’s opgericht. Ter voorkoming van achterstallig onderhoud in de eerste jaren van het bestaan van de verenigingen, stelt Dudok Wonen aan de vereniging een ‘bruidsschat’ ter beschikking gebaseerd op de eerste 10 jaar van de meerjaren-onderhoudsbegroting.

9.11.8 Leaseverplichtingen

Dudok Wonen is leaseverplichtingen aangegaan voor een groot deel van haar wagenpark. De verplichting voor 2021 bedraagt circa € 0,1 miljoen.

9.11.9 Aansprakelijkheid bij een fiscale eenheid

Stichting Dudok Wonen vormt met de geeloranje gearceerde groepsmaatschappijen zoals opgenomen in het organisatieschema (paragraaf 4.5) een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en voor de omzetbelasting. Op grond van de standaardvoorwaarden is Dudok Wonen en de met haar gevoegde dochterondernemingen ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting.

9.11.10 Jubilea en pensioen

In de cao Woondiensten is geregeld dat de werknemers bij dienstjubilea of pensionering een gratificatie ontvangen. Ultimo boekjaar wordt de verplichting geschat op ongeveer € 0,2 miljoen.

9.11.11 Loopbaanontwikkeling

In de cao Woondiensten is geregeld dat de werknemers recht hebben op een budget voor loopbaanontwikkeling. Werknemers hebben naar rato van FTE recht op een budget van € 0,9 per jaar voor loopbaanontwikkeling tot een maximum saldo van € 4,5. Medewerkers die het maximum saldo van € 4,5 nog niet hebben bereikt ontvangen jaarlijks een dotatie van € 0,9 tot het maximum saldo is bereikt. Ultimo boekjaar wordt de verplichting becijferd op ongeveer € 0,1 miljoen.

9.12. Verbonden partijen

Met een aantal van haar deelnemingen heeft Dudok Wonen naast haar aandelenbelang ook een zakelijke relatie, waarbij producten (veelal onroerende zaken bestemt voor de verhuur) en/of diensten van de betreffende deelnemingen worden afgenomen. Deze transacties zijn steeds gebaseerd op gebruikelijke contractuele afspraken waarbij marktconforme condities zijn overeengekomen.

9.13. Gebeurtenissen na balansdatum

De huurbevriezing zal van invloed zijn op de huuropbrengsten in de jaarrekening 2021 aangezien de jaarlijkse huurverhoging voor de gereguleerde sector nu op 0% wordt gemaximeerd. Verder is de huurbevriezing van invloed op de mate waarin de streefhuren die in de beleidswaarde 2020 zijn ingerekend kunnen worden gerealiseerd. Via de verhuurderheffing zou compensatie moeten plaatsvinden aan de verhuurders, zoals geduid in de brief over de uitvoering van dit voorstel van 17 februari 2021. Het besluit tot het maximeren van de huurverhoging in de gereguleerde sector op 0% is op 9 februari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen.

De eenmalige huurverlaging zal van invloed zijn op de huuropbrengsten in de jaarrekening 2021 alsmede de mate waarin de streefhuren die in de beleidswaarde 2020 zijn ingerekend kunnen worden gerealiseerd. Het verlies in huuropbrengsten wordt deels gecompenseerd door een verlaging van de verhuurderheffing. Het wetsvoorstel is op 12 november 2020 aangenomen door de Tweede Kamer en op 1 december 2020 door de Eerste Kamer.

Stichting Woonzorg Theodotion/Dudok zal in 2021 worden geliquideerd. Stichting Dudok Wonen zal de helft van het liquidatiesaldo uitgekeerd krijgen.

Op het Aedes-congres van 9 februari 2021 heeft een ruime meerderheid van de corporatiebestuurders ingestemd met het verzoek van Aedes om solidair te zijn met Stichting Vestia en een financiële bijdrage te leveren om de problemen van Stichting Vestia, primair de hoge rentelasten en de hoge marktwaarde van de leningen, op te lossen. Per heden is nog geen sprake van een concrete (financiële) invulling van deze verklaring van solidariteit, maar in het voorstel dat is opgesteld door Vestia is opgenomen dat corporaties hun eigen leningen met lage rentes uitruilen met leningen van Vestia die een hogere rente kennen waardoor per saldo een herverdeling van de rentelasten tussen de corporatie en Vestia plaatsvindt. 

Deze gebeurtenis na balansdatum geeft geen nadere informatie op de feitelijke situatie per balansdatum en is om die reden niet in de jaarrekening verwerkt. 

10. Toelichting op de geconsolideerde winst-en-verliesrekening

10.1. Exploitatie vastgoedportefeuille

10.1.1 Huuropbrengsten

EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2020 2019
Huren    
Netto huur 48.912 48.010
Kortingen -15 -5
Derving wegens leegstand en oninbaarheid -1.141 -1.308
  47.756 46.697
     
Huurderving in % van de netto huur 2,33% 2,72%
Huurachterstand in % van de netto huur 1,10% 1,14%
Erfpacht    
Erfpacht 2.439 2.444
Kortingen -1.083 -1.193
  1.356 1.251
TOTAAL 49.112 47.948

De verandering in huuropbrengsten komt door:

  • de algemeen jaarlijkse huurverhoging per 1 juli 2020;
  • huurharmonisatie;
  • huurverhoging wegens woningverbeteringen;
  • oplevering en aankoop van woningen in 2020;
  • verdwijnen van woningen als gevolg van verkoop, sloop en herstructurering.

De erfpachtopbrengsten zijn van de onder het regime van “Koop Goedkoop” verkochte woningen. Hierop wordt in de eerste tien jaar na verkoop een aflopende korting verstrekt. Indien de woning door de eigenaar weer wordt verkocht, gaat de korting weer opnieuw afbouwen.

10.1.2 Opbrengsten servicecontracten

Onder de post opbrengsten servicecontracten zijn begrepen alle op grond van de huurovereenkomst aan huurders doorberekende kosten, die betrekking hebben op leveringen en diensten.

10.1.3 Lasten servicecontracten

Dit betreft de kosten die betrekking hebben op leveringen en diensten (zie 10.1.2).

10.1.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2020 2019
Lasten verhuur en beheer-activiteiten    
Erfpacht -2 -2
Toegerekende afschrijvingen -153 -155
Toegerekende personeelskosten -1.567 -1.585
Toegerekende overige bedrijfslasten -2.635 -2.479
  -4.357 -4.221

10.1.5 Lasten onderhoudsactiviteiten

EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2020 2019
Lasten onderhoudsactiviteiten    
Contractonderhoud -1.241 -1.118
Planmatig onderhoud -3.861 -3.382
Dagelijks onderhoud (klachten en mutatie) -4.604 -6.154
VVE bijdragen onderhoud -1.272 -1.611
Geactiveerde productie 251 374
Toegerekende afschrijvingen -125 -126
Toegerekende personeelskosten -1.608 -1.512
Toegerekende overige bedrijfslasten -1.776 -1.695
  -14.236 -15.224

10.1.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2020 2019
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit    
Overige bedrijfsopbrengsten 26 57
Verhuurderheffing -4.473 -4.133
Onroerende zaakbelastingen -1.163 -1.073
Heffing Centraal Fonds Volkshuisvesting - -
Belastingen en heffingen -665 -658
Overige -170 -209
  -6.445 -5.916

10.2. Verkoop vastgoedportefeuille

10.2.1 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

BEDRIJFSOPBRENGSTEN 2020 2019
Verkoop onroerende zaken    
Opbrengst verkopen 12.542 17.116
Direct toerekenbare kosten -341 -483
  12.201 16.632
Per soort opbrengst:    
Koop Goedkoop 2.363 3.980
Kopen naar Wens 9.869 11.433
Vrije verkoop 310 1.703
  12.542 17.116
Per soort aantal (woningen):    
Koop Goedkoop 13 26
Kopen naar Wens 39 44
Vrije verkoop 1 5
  53 75

10.2.2 Toegerekende organisatiekosten

VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE 2020 2019
Toegerekende organisatiekosten    
Geactiveerde productie ten behoeve van het eigen bedrijf 197 278
Toegerekende personeelskosten -570 -653
Toegerekende afschrijvingen -55 -55
Toegerekende overige bedrijfslasten -784 -749
  -1.212 -1.179

10.3. Overige activiteiten

10.3.1 Overige organisatiekosten

OVERIGE ACTIVITEITEN 2020 2019
Overige organisatiekosten    
Toegerekende personeelskosten -1.544 -1.390
Overige bedrijfslasten -248 -259
  -1.792 -1.649

10.3.2 Leefbaarheid

OVERIGE ACTIVITEITEN 2020 2019
Leefbaarheid    
Leefbaarheid -234 -204
Toegerekende afschrijvingen -30 -30
Toegerekende personeelskosten -344 -303
Toegerekende overige bedrijfslasten - -
  -608 -537

10.4. Bedrijfslasten

10.4.1 Afschrijvingen op materiële vaste activa (M1143)

BEDRIJFSLASTEN 2020 2019
Afschrijving op (im)materiële vaste activa    
Afschrijvingskosten kantoorgebouw -251 -251
Afschrijvingskosten inventaris -7 -5
Afschrijvingskosten automatisering -105 -110
  -363 -366

10.5 Personeelskosten

BEDRIJFSLASTEN 2020 2019
Personeelskosten    
Lonen en salarissen -4.214 -4.081
Sociale lasten -677 -698
Pensioenlasten -742 -664
  -5.633 -5.443

10.5.1 Lonen en salarissen (M1140)

Bij de ‘overige informatie’ in hoofdstuk 11 wordt er verder ingegaan op het personeelsbestand, de bestuurders en commissarissen.

10.5.2 Pensioenlasten (M1142)

Naar de stand van ultimo december 2020 was de dekkingsgraad van het pensioenfonds (SPW) 109,4% (2019: 113,1%). Vanaf 2015 diende het pensioenfonds een dekkingsgraad van ten minste 125% te hebben. Het pensioenfonds heeft dus een reservetekort. Zolang er een reservetekort is wordt jaarlijks een herstelplan bij de toezichthouder ingediend waarmee wordt aangetoond dat SPW binnen 10 jaar uit reservetekort kan komen. Dudok Wonen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij SPW, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Het is op dit moment echter niet het beleid van SPW om het reservetekort te financieren met premieverhogingen.

10.5.3 Allocatie personeelskosten

De personeelskosten zijn als volgt gealloceerd:

PERSONEELSKOSTEN 2020 2019
Allocatie personeelskosten    
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -1.567 -1.585
Lasten onderhoudsactiviteiten -1.608 -1.512
Toegerekende organisatiekosten (verkoopactiviteiten) -570 -653
Overige organisatiekosten -1.544 -1.390
Leefbaarheid -344 -303
  -5.633 -5.443

10.5.4 Overige bedrijfslasten (M1148)

BEDRIJFSLASTEN 2020 2019
Overige bedrijfslasten    
Huisvestingskosten -245 -218
Transportkosten -84 -119
Communicatiekosten -144 -138
Kantoorkosten -1.521 -1.521
Algemene kosten -1.097 -917
Overige personeelskosten -1.910 -1.880
Directe bedrijfskosten -7.015 -6.463
  -12.016 -11.256

10.6. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

10.6.1 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE 2020 2019
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
Dotatie voorziening onrendabele investeringen 3.524 -
Vrijval voorziening onrendabele investeringen -381 -5.581
Overige - -1.513
  3.143 -7.094

10.6.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE 2020 2019
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
Waardeverandering DAEB vastgoed in exploitatie 14.223 24.486
Waardeverandering niet-DAEB vastgoed in exploitatie 10.729 44.202
  24.952 68.688

10.6.3 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE 2020 2019
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
- Indexering 4.090 6.825
- Herwaardering Eigendomsparticipaties -753 2.436
  3.337 9.261

10.6.4 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop

Dit betreffen verwerkte winsten/verliezen van onderhanden projecten.

10.7. Financiële baten en lasten

10.7.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten (M1190)

FINANCIELE BATEN EN LASTEN 2020 2019
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten    
Geactiveerde rente projecten in ontwikkeling 538 296
Rente op overige financiële vaste activa 198 191
  736 487

10.7.2 Rentelasten en soortgelijke kosten

FINANCIELE BATEN EN LASTEN 2020 2019
Rentelasten en soortgelijke kosten    
Effect in contracten besloten afgeleide instrumenten -3.123 -4.388
Rente langlopende schulden en derivaten -7.201 -7.903
Rente kortlopende schulden -121 -163
  -10.445 -12.454

10.8. Belastingen

Stichting Dudok Wonen vormt samen met Dudok Wonen B.V., Dudok Ontwikkeling B.V. en Goois Wonen B.V. per 01-01-2015 een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting is in elk van de rechtspersonen opgenomen voor dat deel dat de desbetreffende rechtspersoon als zelfstandig belastingplichtige verschuldigd zou zijn, rekening houdend met voor de vennootschap geldende fiscale faciliteiten.

Het gewogen gemiddelde toepasselijke belastingtarief bedraagt 25% (2019: 25%). De belasting-last in de winst-en-verliesrekening over 2020 bedraagt € 2.438 miljoen.

Het effectieve belastingtarief bedraagt 13% (2019: 39%). De afwijking van het werkelijke tarief van 25% wordt veroorzaakt door niet geheel in de vorm van een latentie gewaarde verschillen tussen commerciële en fiscale waardering van activa en passiva. 

BELASTINGEN 2020 2019
Vennootschapsbelasting    
Mutatie latente belastingen 1.155 -268
Acute belastingen boekjaar -2.438 -267
  -1.283 -535
BELASTINGEN 2020 2019
Berekening vennootschapsbelasting    
Resultaat voor vennootschapsbelasting 45.773 82.339
Resultaat deelneming    
     
Permanente en tijdelijke verschillen:    
Afschrijvingen -612 -638
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -32.272 -70.855
Verkoop bestaand bezit 1.543 1.780
Onderhoudslasten (commercieel geactiveerd) -795 -493
Geactiveerde bouwrente -374 -222
(Dis)agio leningen -322 -467
Extendible lening 3.123 4.312
Overige 678 5.671
Belastbaar bedrag 16.742 21.427
Herinvesteringsreserve -4.844 -5.932
Compensabele verliezen -2.074 -14.125
Belastbaar bedrag na verliescompensatie 9.824 1.370
     
Acute belastingen boekjaar 2.438 267

Bij de fiscale eenheid van Stichting Dudok Wonen resteren er na verliesverrekening geen verrekenbaar verliezen.

11. Overige informatie

11.1. Werknemers

11.1. Werknemers

Gedurende het boekjaar 2020 bedroeg het gemiddeld aantal werknemers bij Dudok Wonen 71,2(2019: 73,2).

WERKNEMERS 2020 2019
Gemiddeld    
Directeur-bestuurder & Staf 13,9 13,9
Wonen 38,3 41,2
Informatiemanagement & Financiën 19 18,1
  71,2 73,2

Per 31-12-2020 had Dudok Wonen 74,0 (2019: 71,9) werknemers in dienst. Het aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten.
Naast de werknemers in dienst had Dudok Wonen per 31-12-2020 6,8 (2019: 8,5) aan ingehuurd personeel. Het aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten.

WERKNEMERS 31-12-2020  31-12-2019
Ultimo    
Werknemers in dienst 74 71,9
Ingehuurd personeel 6,8 8,5
  80,8 80,4

11.2. Bestuurders en commissarissen

Aan bezoldigingen met inbegrip van pensioenlasten als bedoeld in artikel 2:383, lid1, BW, is in het boekjaar ten laste van Dudok Wonen en groepsmaatschappijen gekomen voor:

BESTUURDERS EN COMMISSARISSEN 2020 2019
Bezoldiging    
Bestuurders 178 173
Commissarissen en voormalige commissarissen 86 82
  264 255

De bezoldiging van de bestuurder omvat:

  • periodiek betaalde beloningen (zoals salarissen, sociale lasten, vakantiegeld, doorbetaling bij vakantie en ziekte en presentiegelden);
  • beloningen betaalbaar op termijn (zoals pensioenlasten en jubileumuitkeringen).

De bezoldiging van de Raad van Commissarissen kan als volgt worden gespecificeerd:

COMMISSARISSEN 2020 2019
Specificatie bezoldiging    
Mw. A.Y. Sanson - 10,2
Dhr. W.D. van Leeuwen 23,5 11,3
Dhr. H.M. De Loor 15,7 15,1
Mw. F.R.M. Rieter 15,7 15,1
Mw. E.L. Özyenici 15,7 15,1
Dhr. B.G.M. Moesbergen 15,7 15,1
  86,3 81,9

11.3. WNT-verantwoording 2020 Dudok Wonen

Vanaf 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. De WNT is van toepassing op Dudok Wonen. Het voor Dudok Wonen toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 € 168.000,- (het bezoldigingsmaximum voor de woningcorporaties, klasse F).

De informatie in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector is als volgt:

Leidinggevende functionarissen met dienstbetrekking

  2020 2019
     
  H.A. Zanting H.A. Zanting
Functie Directeur - Bestuurder Directeur - Bestuurder
Voorzitters-clausule van toepassing Ja Ja
Duur dienstverband in 2019 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband 1 1
Dienstbetrekking Ja ja
Beloning en belastbare onkostenvergoedingen 144.385 139.969
Beloningen betaalbaar op termijn 23.322 21.702
Totaal bezoldiging 167.707 161.671
Toepasselijk WNT-maximum 168.000 162.000
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag - -
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan - -

Toezichthoudende functionarissen

       
 Gegevens 2020      
  Dhr. W.D. van Leeuwen Dhr. H.M. de Loor Mw. F.R.M. Rieter
Functie Voorzitter Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen
Voorzitters-clausule van toepassing ja Nee nee
Duur dienstverband 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Bezoldiging 19.400 13.000 13.000
Toepasselijk WNT-maximum (naar rato) 25.200 16.800 16.800
Overschrijding - - -
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling - -  
Gegevens 2019      
Functie Voorzitter Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen
Duur dienstverband 15/6 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Totaal bezoldiging 9.350 12.500 12.500
Toepasselijk WNT-maximum (naar rato) 13.315 16.200 16.200
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling - - -
     
  Gegevens 2020    
  Mw. E.L. Özyenici Dhr. B.G.M. Moesbergen
Functie Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen
Voorzitters-clausule van toepassing nee nee
Duur dienstverband 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Bezoldiging 13.000 13.000
Toepasselijk WNT-maximum (naar rato) 16.800 16.800
Overschrijding - -
Motivering indien overschrijding van de norm    
Gegevens 2019    
Functie Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen
Duur dienstverband 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Totaal bezoldiging 12.500 12.500
Toepasselijk WNT-maximum (naar rato) 16.200 16.200
Motivering indien overschrijding van de norm - -

1) Bestuurdersbeloning:
De bestuurdersbeloningen in 2020 van de heer H.A. Zanting is conform de WNT.

2) Raad van Commissarissen (RvC) beloning:
De RvC beloning in 2020 is conform de WNT.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Dudok Wonen stelt dat alleen de bestuurder en de RvC-leden als topfunctionaris worden aangemerkt. In het vigerende bestuursreglement is vastgelegd hoe besluitvorming in de organisatie plaatsvindt. De bestuurder neemt in aanwezigheid van het directieteam (DT), in volledige transparantie en waarbij alle belangen zijn overwogen en de beraadslaging van het DT is gehoord, een bestuursbesluit. In de situatie dat de bestuurder tijdelijk niet op kantoor kan komen door bijvoorbeeld vakantie of andere redenen, dan wordt voor deze periode een volmacht afgegeven aan één van de directieleden om de dagelijkse operaties te leiden. Daarbij is de bestuurder altijd beschikbaar voor dringende zaken.

11.4. Accountantshonoraria

De volgende honoraria van BDO Audit & Assurance B.V. zijn in het boekjaar ten laste gebracht van de toegelaten instelling, haar dochtermaatschappijen en andere maatschappijen die zij consolideert, een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a BW.

HONORARIA VAN DE ACCOUNTANT 2020 2019
Uitsplitsing:    
Onderzoek van de jaarrekening 91 84
Andere controleopdrachten 10 -
Adviesdiensten op fiscaal terrein - -
Andere niet controlediensten 11 10
  112 94

12. Enkelvoudige balans per 31 december 2020

(Bedragen x € 1.000, voor resultaatbestemming)

  ACTIVA 12/31/2020 12/31/2019
Ref. VASTE ACTIVA    
M1102 Vastgoedbeleggingen    
M11028 DAEB vastgoed in exploitatie 740.968 712.868
M11020 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 310.338 297.720
M11024 Onroerende zaken – Kopen naar Wens 63.032 64.511
M11021 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 15.935 557
    1.130.273 1.075.656
M1102 Materiële vaste activa    
M11022 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 9.494 9.599
    9.494 9.599
M1103 Financiële vaste activa    
M11031 Deelnemingen in groepsmaatschappijen 96.835 92.306
M11033 Andere deelnemingen 2 2
M11035 Latente belastingvordering(en) 4.913 4.093
M11039 Overige vorderingen 29.933 25.242
    131.683 121.643
       
    1.271.450 1.206.898
       
  VLOTTENDE ACTIVA    
M1112 Vorderingen    
M11120 Huurdebiteuren 324 349
M11122 Vorderingen op groepsmaatschappijen 491 -
M11126 Overige vorderingen 462 957
M11127 Overlopende activa 138 135
    1.415 1.441
       
M1114 Liquide middelen - 20.767
       
    1.415 22.208
       
  TOTAAL 1.272.865 1.229.106

(Bedragen x € 1.000 voor resultaatbestemming)

  PASSIVA 31-12-2020  31-12-2019
Ref. VERMOGEN LANG    
M1105 Eigen vermogen    
M11053 Herwaarderingsreserve 618.587 602.466
M11053 Overige reserves 315.550 249.867
M11054 Onverdeeld resultaat 44.490 81.804
    978.627 934.137
       
M1107 Voorzieningen    
M11074 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen - 1.454
M11074 Overige voorzieningen 285 349
    285 1.803
       
M1108 Langlopende schulden    
M11081 Schulden/leningen kredietinstellingen 225.290 208.533
M11084 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken - Kopen naar Wens 37.207 38.612
M11083 Overige schulden 17.887 14.780
    280.384 261.925
       
    1.259.296 1.197.865
       
  VERMOGEN KORT    
M1116 Kortlopende schulden    
M11160 Schulden aan kredietinstellingen 4.397 22.605
M11162 Schulden aan leveranciers 2.307 2.268
M11164 Belastingen en premies sociale verzekeringen 2.405 1.394
M11167 Overige schulden 602 573
M11168 Overlopende passiva 3.858 4.401
    13.569 31.241
       
  TOTAAL 1.272.865 1.229.106

13. Enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2020

(Bedragen x € 1.000) functioneel model)

  2020 2019
EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Huuropbrengsten 45.583 44.477
Opbrengsten servicecontracten 1.661 1.635
Lasten servicecontracten -1.661 -1.635
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -4.331 -4.204
Lasten onderhoudsactiviteiten -13.800 -14.834
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -6.038 -5.555
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 21.414 19.884
     
VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 12.201 16.632
Toegerekende organisatiekosten -1.211 -1.177
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -8.619 -12.335
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 2.371 3.120
     
NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 3.143 -7.094
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 23.080 56.196
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarde 3.337 9.621
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop - -72
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 29.560 58.291
     
OVERIGE ACTIVITEITEN    
Opbrengst overige activiteiten 101 102
Kosten overige activiteiten -96 -97
Netto resultaat overige activiteiten 5 5
     
Overige organisatiekosten -1.792 -1.649
Leefbaarheid -599 -535
FINANCIELE BATEN EN LASTEN    
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 539 297
Rentelasten en soortgelijke kosten -10.158 -12.187
Saldo financiële baten en lasten -9.619 -11.890
     
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN 41.340 67.226
Belastingen -1.379 -593
Resultaat deelnemingen 4.529 15.171
RESULTAAT NA BELASTINGEN (TOTAALRESULTAAT) 44.490 81.804

14. Toelichting op de enkelvoudige balans

14.1. Algemeen

14.1.1 Grondslagen van waardering en bepaling van het resultaat

De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling voor de vennootschappelijke jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening zijn gelijk. Deelnemingen in groepsmaatschappijen worden gewaardeerd op de nettovermogenswaarde in overeenstemming met paragraaf 5.4.1 in de geconsolideerde jaarrekening.

Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de in hoofdstuk 4 t/m 8 opgenomen toelichting op de geconsolideerde balans en winst-en-verliesrekening. Waar de toelichting geconsolideerd en enkelvoudig gelijk is, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening.

14.2. Vastgoedbeleggingen (M1104)

14.2.1 DAEB vastgoed in exploitatie (M11028) en niet-DAEB vastgoed in exploitatie gekwalificeerd als vastgoedbelegging (M11020)

De mutaties in de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2020  31-12-2019
DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 712.868 679.339
     
Mutaties    
- Investeringen 6.755 3.759
- Desinvesteringen -9.064 -11.808
- Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling - -3.134
- Overboeking gereedgekomen activa ontwikkeling 6.245 15.383
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed 187 362
- Aankopen 9.490 4.332
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 14.487 24.635
Totaal mutaties 28.100 33.529
     
Marktwaarde per 31 december 740.968 712.868
DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
Aantal per 1 januari 5.555 5.541
     
Toe- of afname 1 14
Aantal per 31 december 5.556 5.555
VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2020  31-12-2019
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 297.720 258.998
     
Mutaties    
- Investeringen 4.128 1.432
- Desinvesteringen -987 -2.201
- Overboeking gereedgekomen activa ontwikkeling 790 8.145
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed -187 -362
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 8.874 31.708
Totaal mutaties 12.618 38.722
     
Boekwaarde per 31 december 310.338 297.720
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
  2.465 2.448
Toe- of afname 53 17
     
Aantal per 31 december 2.518 2.465

14.3. Financiële vaste activa (M1103)

14.3.1 Deelnemingen in groepsmaatschappijen (M11031)

Het verloop van de post deelnemingen is als volgt:

FINANCIELE VASTE ACTIVA 31-12-2020  31-12-2019
Deelnemingen    
Goois Wonen B.V.    
Beginwaarde per 1 januari 90.464 75.293
- Resultaat 4.529 15.171
Eindwaarde per 31 december 94.993 90.464
     
Dudok Ontwikkeling B.V.    
Beginwaarde per 1 januari 1.842 1.842
- Resultaat - -
Eindwaarde per 31 december 1.842 1.842
TOTAAL 96.835 92.306

14.4. Eigen vermogen (M1105)

14.4.1 Herwaarderingsreserve (M11053)

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:

Eigen vermogen 31-12-2020  31-12-2019
Herwaarderingsreserve    
Herwaarderingsreserve per 1 januari 602.466 534.027
     
Mutaties    
- Realisatie verkoop -6.815 -9.659
- Mutatie door herwaardering 22.936 78.098
Totaal mutaties 16.121 68.439
     
Herwaarderingsreserve per 31 december 618.587 602.466

14.4.2 Overige reserves (M11053)

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

Eigen vermogen 31-12-2020  31-12-2019
Overige reserves    
Overige reserves per 1 januari 249.867 198.261
     
Mutaties    
- Effect stelselwijziging - 3.087
- Resultaat voorgaand boekjaar 81.804 116.958
- Vorming herwaarderingsreserve -22.936 -78.098
- Realisatie uit herwaarderingsreserves 6.815 9.659
Totaal mutaties 65.683 51.606
     
Overige reserves per 31 december 315.550 249.867

14.5. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

14.5.1 Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Het obligo uit hoofde van geborgde leningen door de borgsteller bedraagt ultimo boekjaar € 7,9 miljoen (2019: € 8,0 miljoen). De hoogte van het obligotarief is vastgesteld op 3,85% (2019: 3,85%) over het schuldrestant van de geborgde lening, met uitzondering van het leningtype variabele hoofdsom en voor collegiale financiering. Dit obligo is opeisbaar indien blijkt dat het totale garantievermogen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw niet voldoende is om de afspraken op het Waarborgfonds Sociale Woningbouw te dekken.

14.5.2 Afgeleide financiële instrumenten

Voor toelichting wordt verwezen naar paragraaf 9.11.4 Afgeleide financiële instrumenten.

15. Toelichting op de enkelvoudige winst- en verliesrekening

15.1. Resultaat deelnemingen (M1195)

RESULTAAT DEELNEMINGEN 2020 2019
Resultaat deelnemingen    
Goois Wonen B.V. 4.529 15.171
Dudok Ontwikkeling B.V. - -
  4.529 15.171

Voor nadere toelichting van de deelnemingen in groepsmaatschappijen wordt verwezen naar paragraaf 14.3.1.

15.2. Enkelvoudige balans DAEB/niet-DAEB gescheiden per 31 december 2020

(Bedragen x € 1.000, na resultaatbestemming)

  ACTIVA DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
     2020 2020 2020 2020   2019 2019 2019 2019 
Ref. VASTE ACTIVA                
M1102 Vastgoedbeleggingen                
M11028 DAEB vastgoed in exploitatie 740.968 - - 740.968 712.868 - - 712.868
M11020 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie - 310.338 - 310.338 - 297.720 - 297.720
M11024 Onroerende zaken – 35.655 27.377 - 63.032 36.056 28.455 - 64.511
  Kopen naar Wens                
M11021 Vastgoed in ontwikkeling bestemd 15.935 - - 15.935 188 369 - 557
  voor eigen exploitatie                
    792.558 337.715 - 1.130.273 749.112 326.544 - 1.075.656
M1102 Materiële vaste activa                
M11022 Onroerende en roerende zaken 9.494 - - 9.494 9.599 - - 9.599
  ten dienste van de exploitatie                
    9.494 - - 9.494 9.599 - - 9.599
M1103 Financiële vaste activa                
M11031 Deelnemingen in groeps- 365.896 96.835 -365.896 96.835 345.125 92.306 -345.125 92.306
  maatschappijen                
M11033 Andere deelnemingen - 2 - 2 - 2 - 2
M11035 Latente belastingvordering(en) 2.963 1.950 - 4.913 2.835 1.258 - 4.093
M11036 Interne lening 64.788 - -64.788 - 71.466 - -71.466 -
M11039 Overige vorderingen 24.767 5.166 - 29.933 20.815 4.427 - 25.242
    458.414 103.953 -430.684 131.683 440.239 97.993 -416.591 121.643
                   
    1.260.466 441.668 -430.084 1.271.450 1.198.952 424.537 -416.591 1.206.898
                   
  VLOTTENDE ACTIVA                
M1112 Vorderingen                
M11120 Huurdebiteuren 231 93 - 324 271 78 - 349
M11122 Vorderingen op groepsmaatschappijen - 491 -- 491 - - - -
M11164 Belastingen en premies - 184 -184 - - - - -
  sociale verzekeringen                
M11126 Overige vorderingen 450 12 - 462 547 410   957
M11127 Overlopende activa 138 - - 138 135 - - 135
    819 780 -184 1.415 953 488 - 1.441
                   
M1114 Liquide middelen 0 6.555 -6.555 0 9.225 11.542 - 20.767
                   
    819 7.335 -6.739 924 10.179 12.030 - 22.208
                   
  TOTAAL 1.261.285 449.003 -437.423 1.272.865 1.209.130 436.567 -416.591 1.229.106

(Bedragen x € 1.000 na resultaatbestemming)

  PASSIVA DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
     2020 2020 2020 2020   2019 2019 2019 2019 
Ref. VERMOGEN LANG                
M1105 Eigen vermogen                
M11053 Herwaarderingsreserve 422.076 162.898 33.613 618.587 415.366 156.629 30.471 602.466
M11053 Overige reserves 512.061 182.226 -378.737 315.550 436.967 130.628 -317.728 249.867
M11054 Onverdeeld resultaat 44.490 20.772 -20.772 44.490 81.804 57.868 -57.868 81.804
    978.627 365.896 -365.896 978.627 934.137 345.125 -345.125 934.137
                   
M1107 Voorzieningen                
M11074 Voorziening onrendabele - - - - 1.454 - - 1.454
  investeringen en                
  herstructureringen                
M11074 Overige voorzieningen 207 78 - 285 215 134 - 349
    207 78 - 285 1.669 134 - 1.803
                   
M1108 Langlopende schulden                
M11081 Schulden/leningen 225.290 - - 225.290 208.533 - - 208.533
  kredietinstellingen                
M11084 Verplichtingen uit hoofde 19.793 17.414 - 37.207 20.285 18.327 - 38.612
  van onroerende zaken –                
  Kopen naar Wens                
  Interne lening   64.788 -64.788   - 71.466 -71.466 0
M11083 Overige schulden 17.373 514 - 17.887 14.250 530 - 14.780
    262.456 82.716 -64.788 280.384 243.068 90.323 -71.466 261.925
                   
    1.241.290 448.690 -430.684 1.259.296 1.178.874 435.582 -416.591 1.197.865
                   
  VERMOGEN KORT                
M1116 Kortlopende schulden                
M11160 Schulden aan kredietinstellingen 10.952 - -6.555 4.397 22.605 - - 22.605
M11162 Schulden aan leveranciers 2.307 - - 2.307 2.268 - - 2.268
M11164 Belastingen en premies 2.589 - -184 2.405 1.315 79 - 1.394
  sociale verzekeringen                
M11167 Overige schulden 559 43 - 602 108 465 - 573
M11168 Overlopende passiva 3.588 270 - 3.858 3.960 441 - 4.401
    19.995 313 -6.739 13.569 30.256 985 - 31.241
                   
  TOTAAL 1.261.285 449.003 -437.423 1.272.865 1.209.130 436.567 -416.591 1.229.106

15.3. Enkelvoudige winst- en verliesrekening DAEB / niet-DAEB gescheiden 2020

Bedragen x € 1.000

  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
   2020 2020 2020 2020   2019 2019 2019 2019 
EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE                
Huuropbrengsten 32.314 13.269 - 45.583 31.621 12.856 - 44.477
Opbrengsten servicecontracten 1.161 500 - 1.661 1.296 339 - 1.635
Lasten servicecontracten -1.161 -500 - -1.661 -1.296 -339 - -1.635
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -3.365 -966 - -4.331 -3.221 -983 - -4.204
Lasten onderhoudsactiviteiten -10.321 -3.479 - -13.800 -10.642 -4.192 - -14.834
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -4.962 -1.076 - -6.038 -4.614 -941 - -5.555
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 13.666 7.748 - 21.414 13.144 6.740 - 19.885
                 
VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE                
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 11.182 1.019 - 12.201 13.983 2.649 - 16.632
Toegerekende organisatiekosten -946 -265 - -1.211 -906 -271 - -1.177
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -7.632 -987 - -8.619 -10.131 -2.204 - -12.335
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 2.604 -233 - 2.371 2.946 174 - 3.120
                 
NIET-GEREALISEERDE WAARDE-VERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE                
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 2.945 198 - 3.143 -8.673 1.579 - -7.094
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 14.223 8.857 - 23.080 24.486 31.710 - 56.196
vastgoedportefeuille                
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 1.760 1.577 - 3.337 4.731 4.530 - 9.261
vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarde                
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen - - - -   -72 - -72
vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop                
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 18.928 10.632 - 29.560 20.544 37.747 - 58.291
                 
OVERIGE ACTIVITEITEN                
Opbrengst overige activiteiten 59 42 - 101 63 40 - 103
Kosten overige activiteiten -56 -40 - -96 -60 -38 - -98
Netto resultaat overige activiteiten 3 2 - 5 3 2 - 5
                 
Overige organisatiekosten -1.386 -406 - -1.792 -1.281 -368 - -1.649
Leefbaarheid -480 -119 - -599 -414 -121 - -535
FINANCIELE BATEN EN LASTEN                
Waardeveranderingen financiële vaste activa en effecten - - - - - -   -
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 1.723 6 -1.189 540 1.551 54 -1.308 297
Rentelasten en soortgelijke kosten -10.131 -1.217 1.189 -10.159 -12.143 -1.352 1.308 -12.187
Saldo financiële baten en lasten -8.408 -1.211 - -9.619 -10.592 -1.298 - -11.890
                 
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN 24.927 16.413 - 41.340 24.350 42.876 - 67.226
Belastingen -1.209 -170 - -1.379 -414 -179 - -593
Resultaat deelnemingen 20.772 4.529 -20.772 4.529 57.868 15.171 -57.868 15.171
RESULTAAT NA BELASTINGEN 44.490 20.772 -20.772 44.490 81.804 57.868 -58.868 81.804
Rechtstreekste mutaties in het - - - - - - - -
eigen vermogen van de rechtspersoon                
TOTAALRESULTAAT VAN DE RECHTSPERSOON 44.490 20.772 -20.772 44.490 81.804 57.868 -58.868 81.804

15.4. Enkelvoudige kasstroomoverzicht DAEB / niet-DAEB gescheiden 2020

Volgens de directe methode

(Bedragen x € 1.000)

  DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
   2020 2020 2020 2020   2019 2019 2019 2019 
KASTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN                
Ontvangsten                
Huren 32.570 13.091 - 45.661 32.121 12.825 - 44.946
Vergoedingen 1.339 606 - 1.945 1.451 580 - 2.031
Overheidsontvangsten - - - - - - - -
Renteontvangsten 1.131 - -1.188 -57 1.308 - -1.308 -
Overige bedrijfsontvangsten 27 388 - 415 73 248 - 321
  35.067 14.085 -1.118 47.964 34.953 13.653 -1.308 47.298
Uitgaven                
Erfpacht -2 - - -2 2 - - 2
Personeelsuitgaven -4.554 -1.295 - -5.849 4.535 1.253 - 5.788
Onderhoudsuitgaven -8.261 -2.638 - -10.899 8.196 3.262 - 11.458
Overige bedrijfsuitgaven -6.663 -2.581 - -9.244 7.139 2.178 - 9.317
Renteuitgaven -7.337 -1.215 1.188 -7.364 8.192 1.308 -1.308 8.192
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -49 - - -49 48 14 - 62
Verhuurderheffing -3.578 -856 - -4.434 3.380 720 - 4.100
Leefbaarheid (externe uitgaven niet -167 -36 - -203 166 44 - 210
investeringsgebonden)                
Vennootschapsbelasting -902 -1.617 - -2.519 - - - -
  -31.513 -10.238 -1.188 40.563 31.659 8.779 -1.308 39.130
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 3.554 3.847 - 7.401 3.294 4.874 - 8.168
                 
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN                
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur, 8.609 2.256 -2.314 8.551 11.248 5.144 -1.466 14.926
woon- en niet woongelegenheden                
Verkoopontvangsten na inkoop - - - - - - - -
(verkocht onder voorwaarden)                
Verkoopontvangsten nieuwbouw, - - - - - 3.406 -364 3.042
woon- en niet woongelegenheden                
Verkoopontvangsten grond en overig - - - - - 1.848 -1.848 -
  8.609 2.256 -2.314 8.551 11.248 10.398 -3.678 17.968
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom                
Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden -18.378 -433 - -18.811 -4.663 -2.707 -2.697 -4.673
Nieuwbouw koop, woon- en niet woongelegenheden 2 -231 - -229   -570 -485 1.055
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -7.001 -4.160 - -11.161 -3.577 -1.361 - 4.938
Aankoop woongelegenheden (inclusief VOV) -7.781 -35 2.314 -5.502 -3.672 -552 1.466 2.758
Investeringen overig -253 - - -253 -161 - - 161
  -33.416 -4.396 -2.314 -35.499 -12.073 -5.190 3.678 -13.585
Financiële vaste activa - in en -uitgaande kasstroom                
- Ontvangsten verbindingen en overig 6.678 - -6.678 - 6.681 - -6.678 3
- Uitgaven verbindingen en overig 71 0 - 71 1.645 92 - 1.737
  6.607 0 -6.678 -71 5.036 -92 -6.678 -1.734
                 
Financiële vaste activa - in en -uitgaande kasstroom                
- Ontvangsten verbindingen en overig 6.677 -13 -6.678 -14 6.678 - -6.678 -
- Uitgaven verbindingen en overig - - - - 71 - - 71
  6.677 -13 -6.678 -14 6.607 0 -6.678 -71
                 
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN -18.130 -2.154 -6.678 -26.963 5.782 5.208 -6.678 4.312
                 
FINANCIERINGSACTIVITEITEN                
Opgenomen door WSW geborgde leningen 20.000 - - 20.000 25.000 - - 25.000
Opgenomen niet door WSW geborgde leningen - - - - - - - -
Aflossing door WSW geborgde leningen -22.087 - - -22.087 -48.176 - - -48.176
Aflossing niet door WSW geborgde leningen -193 - - -193 -410 - - -410
Aflossing interne lening - -6.678 6.678 - - -6.678 6.678 -
                 
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN -2.280 -6.678 6.678 -2.280 -23.586 -6.678 6.678 -23.586
                 
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN -16.855 -4.987 - -21.842 -14.510 3.404 - -11.106
WIJZIGING KORTGELDMUTATIES - - - - 6.100 - - 6.100
(Collateral (margin call verplichting))                
                 
Liquide middelen begin periode 9.225 11.542 - 20.767 17.635 8.138 0 25.773
Liquide middelen eind periode -7.630 6.555 - -1.075 9.225 11.542 0 20.767
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN -16.855 -4.987 - -21.842 -8.410 3.404 0 -5.006

16. Ondertekening

Hilversum, 21 april 2021
Stichting Dudok Wonen

Directeur-bestuurder,

H.A. Zanting

Raad van Commissarissen,

W.D. van Leeuwen, voorzitter

F.R.M. Rieter   

H.M. de Loor

E.L. Özyenici

B.G.M. Moesbergen

Dudok Wonen
Larenseweg 32
Hilversum

17. Overige gegevens

17.1. Voorstel resultaatbestemming

Voorstel resultaatbestemming is om het resultaat ter grootte van positief € 44.490 miljoen onder aftrek van de vorming aan de herwaarderingsreserve, in 2020 ten gunste van de overige reserves van Dudok Wonen te brengen.

17.2. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant